Koninklijkeweg (4) Straks komen de wokchinezen

van Groenekan naar Soestdijk 18 kilometer 

We hadden het kunnen weten, in Groenekan is niks om koffie te drinken ‘s’morgens vroeg. Er is alleen een onbeperkte wokchinees, maar die zitten overal, op strategische plekken in elk gat over de hele wereld. Ze zeggen wel eens straks komen de Chinezen, maar ze zijn er al lang.
We lopen wel naar de volgende H van Horeca met een I van Invalide toilet, volgens de koninklijke wandelgids 4 kilometer verderop.
Oei! schrikt Annie, ze  leest voor uit de wandelgids; ‘de route wordt gevolgd op eigen risico. Geadviseerd wordt om met opvallende kleding op pad te gaan. Bij rolstoelgebruikers wordt een signaalvlag aanbevolen. U kunt het koninklijke weg vaantje  bij ons bestellen, handig  om herkenbaar te zijn zowel voor de  rolstoeler, als voor de wandelaar. Het kan ook een leuke manier zijn om met andere wandelaars en rolstoelers in contact te komen.’
‘He jeetje!” roep ik boos, daar kom je nu pas mee ! ‘We doen het weer eens helemaal verkeerd! We zien er helemaal niet uit als wandelaars, vandaar dat we geen vrienden maken!’


(wij raden U aan om met opvallende kleding op pad te gaan en herkenbaar te zijn als wandelaar)

De H met het invalide toilet blijkt blijkt een Texaco pomp met een koffieautomaat. ‘Je kan ook een flesje motor olie nemen’ opper ik.
Binnen kunnen we nergens zitten dus ik loop met mijn bekertje naar buiten en om te kijken of daar ergens een omgekeerde prullenbak is en of een grote emmer of gieter om op te zitten. Terwijl ik zo rond speur, zie ik de pomphoudster vanachter haar kogelvrije glas argwanend naar me kijken. Argwanend is zacht uit gedrukt, ze staat op het punt om 112 te bellen. Ik krijg het gevoel dat ze  denkt dat ik een overval aan het voorbereiden ben ofzo.
We zitten op een hoogspanningskastje naar het voorbijrazende verkeer te kijken. ‘Dat heb je nou als je niet herkenbaar bent als wandelaar, dan kunnen ze je niet plaatsen en dan worden ze bang voor je. We gaan meteen dat vaantje bestellen.’
Omdat er een nare scherpe rand aan dat hoogspanning kastje zit, lopen we maar weer verder.

O nu vergeet ik bijna te vertellen dat het prachtig lenteweer is en dat we langs weilanden lopen met honderden zwanen erin en schaapkes met dartele lammetjes. Na een kilometer of tien komen we bij een drukke tennisbaan. ‘Met een kantine, roept Annie verheugd, ‘ik ruik de patat al”. Maar helaas pindakaas, het hek zit op slot, ‘speciaal voor leden, die zich hier even neer willen zetten’, lezen we op het bordje.
‘Over vijf kilometer is er weer een H met een I,’ troost ik Annie.
En inderdaad, eindelijk dan, Lage Vuursche blijkt een straat in het bos met allemaal rustieke pannenkoeken boerderijen.
Tis hollen of stilstaan op de wandelpaden! We lopen zo’n kneuterige, bloedhete ruimte in, met zo’n plakkerige nostalgische lampet kan vol stroop op tafel, waardoor alles gaat plakken. Bij het weggaan zit ik met mijn jas aan de stoel vast geplakt en Annie heeft de menu kaart aan haar elleboog hangen. Buiten begint het zachtjes te regenen. Bij paleis Soestdijk aangekomen, trek ik  een papieren Pieter Brueghel placemats van Annie’s rug.

De koninklijke weg staat iedere donderdag in de NRC op de achterpagina. Het is een 170 km lange wandelroute van paleis Noordeinde naar Paleis het Loo, en rolstoelvriendelijk bovendien! Tekst Tosca, foto’s anita

This entry was posted in pelgrimstocht, reisrepo's, Tosca's columns and tagged , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *