Oost (2) spataderen

Niterink en Janssen struinen door Amsterdam Oost. De serie verschijnt iedere woensdag op de achterpagina van de NRC

De zoom van het gordijn laat los! Verschrikkelijk, het zal je maar gebeuren! We hebben acuut hulp nodig!
Geen tijd te verliezen ondanks een felle voorjaarskou (Maart roert zijn staart!) schieten we onze jassen aan en haasten ons naar de lapjesturk op de Dappermarkt, het mobiele naaisteunpunt stadsdeel van Oost.
Annie heeft in de gauwigheid ook haar fototoestel meegegrist ‘Je weet maar nooit!’ hijgt ze.
‘Kunnen we van de nood een deugd maken en twee vliegen in een klap slaan!”
Zal je altijd zien! We zijn niet de enigen die met spoed opgelapt moeten worden.
De hoofddoeken gaan tegen bodemprijzen weg, dus we moeten achter een wildgraaiende meute moslima’s aansluiten.
‘Wie was de laatste?’ probeer ik. Maar niemand hoort me.
‘Wat een ellende!’
‘Het licht is wel goed voor foto’s”, roept Annie optimistisch want er schijnt een bleek maart zonnetje.
‘Ik vind juist dat iedereen zo lelijk wordt als dat waterige licht op die grauwe winterkoppen schijnt, ‘ klaag ik. ’wat zijn Nederlanders toch lelijk!’
‘Nee jij trekt volle zalen,’ bekt Annie, heb je je eigen vrolijke snuitje al bekeken!”
‘Precies meid, wat zie jij eruit,’ zegt een dikke vrouw in een elektrische rolstoel, ze kijkt me minachtend aan vanachter haar enorme bril of je zo bij het vis bakken de pan uit gesprongen bent!‘ Haar karakterestiek Amsterdamse slabek scheurt open en ze begint rochelend te lachen.
Er is er maar eentje die zo lacht, maar…leeft ze nog..’Tante Wil?’ vraag ik aarzelend, ‘bent U het?’
‘Ja hoor! Helemaal!’ Hoewel, ze kijkt omlaag, zonder benen dan. ‘Ja meid,’ verteld ze vrolijk terwijl ze een shaggie begint te draaien, ‘van het roken, eerst ging het ene been, U moet stoppen met roken,’ zeiden ze.
‘Ik moet niks van niemand, heb ik gezegd. ‘Diezelfde dag liet ik meteen een slof zware van Nelle brengen.‘ Ze steekt haar shaggie op. ‘Een half jaar geleden ging het andere been.’
‘Bedankt dokter,’ zei ik, ‘ben ik gelijk van mijn spataderen af!’ Weer die langzaam aanzwellende lach, die begint met een rochel,waarbij het twee kanten op kan, blijft ze erin of niet.
‘Dit is nou tante Wil,’ leg ik Annie uit, ‘toen ik op de academie voor kleinkunst zat woonde ik bij haar op zolder.O ja huivert tante Wil‘Verschrikkelijk was het dat kattengejank van haar! Niet om aan te horen!Door merg en been ging het!Daar heb ik gelijk korte metten mee gemaakt! Zodra ik met mijn zangoefeningen begon , leg ik uit,schakelde tante Wil de electriciteit uit, stond ik in het donker.
Echt wel! ‘ik laat me door niemand gek maken,’ zegt ze, terwijl ze haar shaggie aansteekt Aan de armleuning van de rolstoel is een plexieglastafeltje gemonteerd, vlak voor haar kolossale buik (als in een vliegtuig) met een grote ronde stalen asbak erop. ‘Ik ben degene die mensen gek maakt!’

‘Ja echt wel,’ gaat ze verder, terwijl ze de sigarettenas aftipt in haar asbak, ‘ik ben van alle gemakken voorzien en dat is maar goed ook want ik kan er toch geen touw meer aan vast knopen’
‘Waaraan?’
‘Aan niks en niemand niet!”


‘Mag ik een foto van U maken?’ vraagt Annie. ‘Natuurlijk,’ zegt ze ‘dus tot kijk dan maar en ik moet er trouwens ook vandoor!’
‘ Doedoei!’ roept ze en met een pink op de knop rijdt ze zwaaiend en rochelend weg.
Snap jij dit nou? vraag ik Annie
‘Inderdaad,’ zegt Annie, ‘ tante Wil heeft gelijk het licht is perfect, ik ga even een foto maken van al die hoofddoekjes.’
‘Meffrou!’ hoor ik de lapjesman zeggen
Ik draai me om,’heeft u het tegen mij?’
‘Vroeg U iets?’
‘Die frou daar,’ de lapjesturk wijst naar Annie, ‘iesj dat jou broer?’

Posted in Tosca's columns | Tagged , , , , , , , , , | Leave a comment

Oost (1) Levensgevaarlijke komkommers

‘Oost’ van Tosca Niterink en Anita Janssen verschijnt iedere woensdag op de Achterpagina van de NRC.

Als je nog een echte Amsterdammer in zijn oorspronkelijke habitat  wil
zien, moet je in Amsterdam Oost zijn, tussen de hoofddoekjes,  de
Vietnamese loempia’s en de kroeshaarkapper heb je de meeste kans om
een authentieke Amsterdamse enkeling te spotten. Ik heb het over de zeldzame niet naar Almere gevluchte ‘diehards’ die hun café, nagelsalon of zonnebank centrum nog altijd op de originele locatie zijn blijven bestieren. Ik
wist het ook niet, dacht net als iedereen dat er in Oost alleen maar
schotel antennes woonden en dat er algemeen vervaagt Nederlands werd
gesproken zonder lidwoorden. ‘Ben bij FEBO, je weet toch, naast
kruidvat.’

Deze buurt is nog niet ingenomen door de import elite. Die van dat
liedje; “bij ons in de Jordaan, waar de yuppen voor de ramen staan”.
Je weet wel de mensen die het koffiehuis van tante Bep hebben beplakt
met Spaanse tegels en er een tapas bar van hebben gemaakt.

Ik sta bij de groentenboer op de Dappermarkt in Oost, de komkommers zijn in de aanbieding. Een levensgevaarlijke bestelling voor een vrouw bij zo’n authentieke humor-op straat-Amsterdamse-groenteboer. Ik ben niet zo bijdehand als het er op aan komt. Denk altijd achteraf, had ik dit maar gezegd.
Voor mij staat goedgebekte goudrinkelende zonnebank blondine, Marja van de koffiekar. Ik zie haar altijd achter een karretje met van die enorme aluminium koffie pompen over de markt schuiven. Hoewel op leeftijd vandaag in hotpants met maillot eronder. ‘Meid kan nog best!’ Twee komkommers in de hand. Even opletten hoe zij zich hieruit red. Ze steekt de komkommers in de lucht en roept:
‘Mag het! Mag het?!’
‘Tja’ zegt de groenteboer aarzelend,‘als je er maar geen gekke dingen mee doet!’
Meteen daaroverheen klinkt de doorrookte stem van de bloemenvrouw (ik ken haar van de sigaretten shop (twee bastos zonder filter en vijf krasloten): ‘Heb je ze ook in mijn maat?‘
Als ie niet lekker zit effe schuin afsnijden, dat moet jij toch weten!’
Als iedereen is uitgelachen kijkt hij naar mij:
‘En is het voor consumptie of is het voor spel?’

‘Had dan gezegd , dat je boodschappen voor je schoonmoeder doet, dat je niet wil weten wat ze er allemaal mee uitspookt, zegt Annie (fotograaf) afwezig.
Ze staat verderop bij Bennie van de behaatjes in een bak bodemprijsbadpakken te graaien.
‘Waterschade, ‘roept Bennie BH, ‘mag niet geruild.’
Annie houdt een badpak omhoog.
Bennie maakt schoolslagbewegingen, waarschijnlijk afgaand op haar lange rooie donkere krulhaar.
‘Izzy for sjwimm sjwimm!’
Verduidelijkt hij.

Hoe lang zal het nog duren tot er hier allemaal bakfietsjes voor de deuren van de onder architectuur verbouwde appartementen staan, vraag ik mij af.
En er op zaterdag boerendappermarkt is waar men op niveau met een rieten mandje aan de arm vegetarische brandnetelkaas kan inslaan voor het weekend en men derlui lege eierdozen kan inwisselen?’

‘Laat ik maar snel een foto van die gekleurde man maken die een haring staat te eten, zegt Annie.
Straks zie je zoiets alleen nog in Almere.

Posted in Tosca's columns | Tagged , , , , , , , , | Leave a comment

‘Klimmen naar Kruishoogte’ – Tosca Niterink

Iedere dag een stuk uit Klimmen naar Kruishoogte een doldriest wandelavontuur van Tosca Niterink.
Het boek verschijnt 29 maart uitgeverij Thomas Rap / Bezige Bij, foto’s Anita Janssen.


1. Inleiding

Klimmen naar kruishoogte is geen wandelgids. Het is ook
niet de zoveelste voettocht van de zoveelste op zichzelf
verliefde bijzondere vrouw naar Santiago.
En god bewaar me, ook geen spirituele kromme tenentocht
van een gevallen kindsterretje, dat in haar puberteit
bleef steken en derhalve niet kon stoppen om te
experimenteren met drugs… totdat ze de wandelschoen
ontdekte en in navolging van survivalexperimenten in
de Ardennen met randgroepjongeren, zichzelf terugvond
in de natuur.
Help!!
In het voorjaar van 2011 zijn Annie (mijn huidige
dans- en wandelpartner) en ik van Granada naar Santiago
de Compostela gelopen. Een 1200 kilometerlange
pelgrimsroute dwars door Spanje. Wij hebben
hier tien weken over gedaan. Dat klinkt heldhaftig
en spectaculair maar een beetje doorgewinterde wandelaar
weet dat zoiets veel sneller kan.
Helaas, wij waren (en zijn godzijdank nog steeds)
‘amateurpelgrims’ en liepen op ons dooie gemak.

Annie en ik hebben afgelopen decennium samen de
halve wereld over gereisd, en waren altijd uitgesproken
wandelschuw. Van de trein in de riksja naar het hotel.
Doodsbang waren we om meer dan tien meter met onze
zooi door tropen te moeten sjouwen. Ikzelf had ook
nog eens last van rugzak allergie. Ik was de eerste op de
backpack tracks die zich durfde te vertonen met een koffer
op wieltjes. Eerst werd ik uitgelachen, maar toen
men zag met wat voor gemak ik mijn bagage met één
pink door de Indiase stront rolde, kreeg ik alras navolging.
In 2009 echter werden we besmet met het wandelvirus,
dat ging zo:

Ik vond een boek in een doos in de kelder van mijn
oom (God hebbe zijn ziel) voor wie ik mantelzorgde.
‘Ga maar even kijken in de kelder,’ zei die steeds als
ik boodschappen voor hem had gedaan, want daar stond
een doos met boeken die hij wegdeed.
‘Wellicht zit er iets voor je bij, anders gaat het bij de
vuilnis.’
Ik kon mijn keus niet maken uit de Loe de Jong-epistels
over de Tweede Wereldoorlog, Tropische vogels houden
kunt U ook, Gieten in kunsthars en 25 jaar Pax Christi,
maar vond het ook zo lullig om niks mee te nemen. Ik
grabbelde een boek uit de doos dat was geschreven door
de Duitse Paul de Leeuw, las ik op de achterflap. Aha,
iets over Duitse cabaretdingen, verschrikkelijk, maar
het zou mijn oom geruststellen – gezien mijn achtergrond
als actrice – dat hij toch nog iets had liggen wat
me interesseerde.
‘Dit lijkt me wel iets, oom Frits!’ riep ik uit, ‘ik ben
heel benieuwd wat voor een Paul de Leeuw ze in Duitsland
hebben!’
‘Ik wist wel dat je dat boek eruit zou pakken!’ riep
mijn oom blij. ‘Helemaal iets voor jou! Als je eraan begint lees je het
in één ruk uit, weet ik zeker!’
‘Ik kan niet wachten,’ loog ik.
‘Nou, dan heb je het volgende week uit! Dan moet jij
mij eens vertellen wat je ervan vond!’
Met tegenzin bekeek ik de achterflap en de foto van
een dikke zelfingenomen Duitse homoseksuele grapjas.
Help! dacht ik.
‘Ja, dat boek is echt iets voor jou!’
‘Zeker weten, oom Frits!’
‘Het gaat over de Jacobsroute, de Camino de Santiago,
een pelgrimsroute die hij liep naar Santiago de Compostela!’
Ik had beter die tropische vogels kunnen pakken, paniekte
ik. Boring, zo’n dikke katholieke tut!
‘Hij had nog nooit gewandeld en liep 850 km dwars
door Spanje, het werd de reis van zijn leven,’ ging Onkel
Frits verder.
Ik begon een klein beetje nieuwsgierig te worden.
Duitse Paul de Leeuw staarde me oprecht blij aan vanaf
de achterflap. Thuis begon ik te lezen. De volgende dag
gaf ik het aan Annie. Ik ging zoeken of er meer boeken
waren geschreven over ‘Der Jacobsweg’.

Ik las Shirley Maclaine’s versie, die van Paulo Coelho,
die van Cees Nooteboom en nog zo wat. Toen ik een
week later na het boodschappen doen met oom Frits een
bakje Nescafé (ons vaste ritueel) zat te drinken was ik
helemaal ingelezen. Ik wist van de apostel Jacobus de
meerdere en dat zijn botten begraven waren in de kathedraal
van Santiago (= sint Jacobus). En dat de weg naar
Santiago vanuit Frankrijk (de Camino Francés) al eeuwenlang
een katholieke pelgrimsroute was. Bewandeld
door, onder anderen Karel de Grote, Dante, Franciscus
van Assisi en Ferry Mingelen zelf!
‘Ik wist wel dat dat boek iets voor jou was,’ zei oom Frits.
‘Zullen we dat ook gaan doen?’ vroeg Annie.
‘Nou, we kijken wel…’
Gaat wel over, dacht ik. Dan moeten we wel trainen
begon Annie een week later. Ja, dat wel… We begonnen
te wandelen. Ik met tegenzin maar toch… eerst probeerden
we uit hoe het was om 25 kilometer te lopen.
We waren allebei helemaal stuk. Ziezo, dacht ik, ze is
erachter dat dit niks voor ons is, stel je voor dat we elke
dag… Maar het had ook wel iets, iets wat ik niet kende,
de blijdschap die de natuur in me losmaakte, het gevoel
van voldoening op eigen kracht zo’n eind te lopen.
We gingen naar Terschelling en liepen twee dagen
achter elkaar. Ik had me in jaren niet zo goed gevoeld!
Wat was Nederland eigenlijk mooi! En wat gingen die
twee dagen snel voorbij! Ik had nog best een paar dagen
willen lopen. Voor het eerst had ik gevoeld hoe het is te
lopen, tot, we zien wel, en nog verder omdat je toch een
slaapplaats moet vinden, doodmoe, pijn aan de voeten
maar uiteindelijk zo voldaan toen we een bed vonden.
En de volgende dag uitgerust bij het krieken weer verder
en lekker de hele lange dag door te gaan. Jammer dat
twee dagen zo kort zijn! Stel dat je een paar weken of
nog langer, wat zou dat fantastisch zijn! Dat gevoel van
vrijheid!
Ik was om! ‘Laten we het doen, Annie! Door Spanje!’
In 2009 liepen we de Camino Francés. Toen we na vijf
weken vanuit Pamplona in Santiago aankwamen vonden we
het jammer dat we er waren. Het wandelvirus
had ons beet. Annie sprak de wijze woorden: ‘Te voet is
de mooiste manier om een land te leren kennen.’
We waren onderweg zelfs aan het fantaseren geslagen
om van Amsterdam naar Tibet te lopen. Beetje overdreven
misschien, maar twee jaar later hadden we het
voor elkaar: we zouden tweeënhalve maand naar Japan
gaan om daar 1400 kilometer te pelgrimeren over het
eiland Shikoku langs 88 boeddhistische kloosters.
Twee weken voordat we zouden vertrekken kwam
tsunami en die toestand met die kernreactoren in Fukushima.
‘Het valt allemaal wel mee,’ zeiden ze. Laten Annie
en ik nu net types zijn die daar geen bal van geloven.
‘Denk jij, Annie, dat een van die mannetjes over twintig
jaar één nacht wakker ligt omdat er bij ons kanker
aan de prostaat wordt ontdekt, vanwege het eten van een
besmette struik andijvie, dan kan je toch maar beter zelf
een kankertje creëren, met straling uit je eigen twitterofoon.’
We moesten op stel en sprong iets anders bedenken.
‘Weet je,’ zei Annie, ‘je vond het toch zo leuk in Spanje
twee jaar terug! Er is nog een route naar Santiago,
vanuit Granada, de Via Mozarabe, een route die haast
niemand doet.’

Ik zit in Granada op een terrasje in mijn dagboek te
schrijven. Ik heb een kwartiertje naar de eerste lege
bladzijde zitten kijken en moest aan Annie M.G
Schmidt denken. Als zij aan een musical begon en voor
dat lege vel zat, trok ze in het midden een streep en
schreef er het woord pauze onder.

Ik sloeg mijn schrift in het midden bij de twee rijgsteken
open en schreef bovenaan de rechter bladzijde: we
zijn op de helft, nog maar 600 kilometer te
gaan.

Posted in pelgrimstocht, Tosca's columns, Uncategorized | Tagged , , , , , , , , , , , , | 5 Comments

Cancer is Serious Business

Het is misschien een lange zit (1:48:00) Maar kijk eens naar deze video.
‘Burzynski’ is het verhaal van biochemicus Dr. Stanislaw Burzynski die het grootste en mogelijk meest intrigerende gevecht met de Amerikaanse Voedsel en Waren Autoriteit ooit won.
Alles draait om een geneesmiddel tegen kanker dat Dr. Burzynski in de zeventiger jaren ontdekte.

Posted in Annie's video(post) | Tagged , , , , , | Leave a comment

Moedertje

Zo delicaat mijn moedertje
zo broos en o zo teer
ze waait zo van de stoep af
met een beetje lelijk weer

tosca niterink

Posted in Tosca's columns | Tagged , , , , , | 1 Comment

Human Wings

Jarno die eigenlijk Floris van Kaaijk heet heeft de hele wereld gefopt, het was een hoax. Hij is filmmaker en blogger en het was een projectje van hem

jan 2012 Twee weken geleden maakte ik (annie) reportage over Jarno Smeets voor het programma Tiswat die met zijn human wings wil gaan vliegen en opstijgen vanaf de grond…

..

hier zie je de voorbereidingen

camera edit anita janssen AKA rooie reporter
voice over Paul Waaijers

Posted in Annie's video(post) | Tagged , , , , , , | Leave a comment

Help mijn hond is ontvoerd

camera/edit/voice over anita
extra voice victor posthuma

HELP, mijn hond is ontvoerd

De politie stelt een onderzoek in naar de vermissing van de Delftse hond Goldy, nadat er namens de hond een bericht verscheen in de lokale krant Delft op Zondag.
In eerste instantie had de eigenaresse van de hond, een vermissingsbericht in de lokale krant laten zetten. De hond was eerder via het kattenluikje weggelopen en zij hoopte door middel van het bericht haar hond terug te vinden.

Maar tot haar stomme verbazing verscheen er in dezelfde krant een week later een advertentie namens haar hond. Het dier schrijft daarin een nieuwe baas te hebben, waar zij het veel beter heeft.

Aangifte

Na het lezen van dit bericht besloot de eigenaresse van Goldy aangifte te gaan doen bij de politie. Die zegt de zaak serieus te nemen en gaat uitzoeken wat er is gebeurd.
De hond Goldy is een klein goudkleurig teefje. Ze is een kruising tussen een kleine witte Keeshond en een Kooikerhondje. Ze heeft een spits snuitje, staande oren, een roze neus en zwarte lippen.

Posted in Annie's video(post) | Tagged , , | Leave a comment

hello

Hello
Een geheel nieuwe interpretatie

Hello from ant1mat3rie on Vimeo.

Posted in Annie's video(post) | Leave a comment

Kraanvogels boven Venetië

WOW, Kraanvogels boven Venetië

Posted in Annie's video(post) | Tagged , , , , , , | Leave a comment

add

Posted in Annie's video(post) | Tagged , , , , , | Leave a comment