‘ik heb nooit om mezelf moeten lachen’

interview PAROOL door Tom Kellerhuis

Een paar jaar wereldberoemd was ze, van 1985 tot 1990, in Nederland tenminste. Met Theo &

Thea, het befaamde komische televisieduo met Arjan Ederveen. In de jaren daarna volgden enige
speelfilms en andere populaire series zoals Borreltijd en Kreatief met Kurk. Daarna werd het een
tijdje stil. Pas in deze eeuw hervond Tosca Niterink (54) zich, met een nieuwe partner en een nieuwe roeping. Binnenkort verschijnt haar nieuwste boek: DE VERGEETCLUB. Aan het succes van vroeger wordt ze niet graag herinnerd: “Ik vind dat succes nog steeds fake en heb nooit om
mijzelf moeten lachen.”

Ben je daarom van de voorgrond naar de achtergrond gegaan en heb je het acteursbestaan ingeruild
voor het schrijversvak?
“Ik schreef altijd al, hoor, zoals de teksten voor Theo en Thea en voor Kreatief met kurk. In Kreatief
met Kurk speelden we die sketches. Nu schrijf ik vooral. Maar ik ben altijd iemand geweest die observeert.”

Maar dat is een heel ander vak dan de komische actrice die je was, het meisje van de kleinkunstacademie.
“Ik dacht op zeker moment: wat wil ik het liefst? Ik was een beetje uitgekeken op de toneelwereld,
die ik als kind zo leuk vond. Maar ik heb altijd het allerliefst willen reizen en daarmee mijn geld verdienen.”

Dus wat je nu doet?
“Precies. Zo ben ik bij NRC Handelsblad terecht gekomen. Ik heb gewoon gevraagd of ik voor ze mocht schrijven. Een briefje gestuurd met een paar voorbeeldteksten. Leuk voor de Achterpagina, zeiden ze.”
Stukjes over je aan Alzheimer lijdende moeder. Die zijn nu gebundeld. Het grappigste boek over
Alzheimer?
“Heb ik dat zo aangekondigd?”
Jazeker.
“Welnee! Maar misschien is het dat wel uiteindelijk geworden. En het is ook makkelijk want er zijn helemaal geen grappige boeken over Alzheimer.”Jij hebt er geen moeite mee om zo’n beladen thema luchtig op te pakken?
“Nee. Nou heeft mijn moeder wel een gezegende vorm van dementie: ze praat gewoon en ze loopt
nog. Ze zit dus niet te schuimbekken in een rolstoel, snap je. Als mijn moeder zo was, zou ik het
veel moeilijker hebben gevonden om erover te schrijven.”
Toch vond je het vreselijk dat ze naar een tehuis voor demente bejaarden moest, schrijf je. “Maar mijn zus had er echt de last van omdat ze vlakbij haar woonde. Mijn moeder tikte bij wijze
van spreken om het half uur tegen het raam bij haar. Dan was ze haar voordeursleutel kwijt, of
was er weer dit of dat. Mijn zus had dus ontzettend veel zorgen. Bij mij houdt mijn moeder zich
altijd een beetje groot. En ze kan erg goed toneelspelen. Ze neemt nog steeds mensen in de maling.
Als iemand anders bezoek heeft en dat gaat weg, zegt ze: ik ga ook maar eens. Ze kan nog steeds
doen alsof ze niet dement is. Ze heeft gelukkig nu zo’n band om haar pols, die de deur automatisch
blokkeert als ze eruit wil. Want om de haverklap stond ze weer buiten.”

Tosca Niterink

Je boek eindigt vrolijk: op je moeders verjaardag. Het eerste boek over Alzheimer over een moeder
die nog leeft?
“Ja, 87 is ze nu. En op het moment gaat het best wel goed. Ze is vrolijk, ze heeft het naar haar zin, ze is niet alleen.”
Hoe vaak zie je haar?
“Onregelmatig hoor. Ik probeer één keer per week, maar dat lukt vaak niet.”
Weet ze dat je er wekelijks over schrijft?
“Ja, maar het beklijft niet. Het is meteen weer weg. Ik heb al honderd keer verteld: ‘Het boek komt er, mam.’ ‘Een boek? Waar gaat het dan over?’ ‘Over jou.’ ‘Over mij?’ Daar kan ze zich helemaal niks bij voorstellen.”

Waarom ben je erover gaan schrijven? “Ik was een tijdje columnist bij Esta, en daar mocht ik schrijven wat ik wilde. Het was net in de tijd dat mijn moeder ziek werd. Toen heb ik er twee columns over geschreven, en die waren toch wel heel erg leuk. Iedereen heeft ermee te maken. Boven de 85 wordt de helft van de mensen dement. Dat is statistisch bewezen. Tel uit je winst. Dus veel mensen herkennen de dingen waarover ik
schrijf. Mijn moeder zit nu bijvoorbeeld weer hand in hand met een vrouw van 75 die er net
is komen wonen. Ze heeft helemaal beslag op haar gelegd. Maar haar oude vriendin vindt dat
helemaal niet leuk. Jongen, er is zoveel stof!”

ToscaNiterinkFJ5Copyright

‘Mijn moeder is de laatste jaren ineens aaibaar geworden,’ schrijf je. ‘Terwijl ze nooit een
knuffeldier of een schootwieger was.’ Wat voor een vrouw was ze vroeger?
“Ik mocht nooit aan het haar zitten. Heel koket, oorbellen, hakjes.”
Je vader stierf toen je vier was.

Tosca Niterink

“Maar ze hertrouwde al vrij snel hoor. Met mijn stiefvader die inmiddels ook al is overleden.”
Je had een goeie band met je stiefvader. In wat voor milieu groeide je op?
“Mijn stiefvader was nog al bepalend. Hij was behoorlijk progressief en zat voor de PPR in de gemeenteraad van Haarlem. Toen wij op de middelbare school zaten werd hij opeens macrobioot. En mijn moeder ging erin mee. Toen werden ze allebei opeens broodmager.”
En jullie deden doen?
“Jaha. Maar na het avondeten gingen mijn zus en ik fricandellen eten bij de snackbar.”
Een links alternatief gezinnetje?
“Ja, maar mijn echte vader werkte bij de Holland-Amerika Lijn als hoofd werktuigbouwkundige.
Hij had longkanker en mijn stiefvader lag naast hem in het ziekenhuis. Hij was met zijn fiets onder een vrachtauto gekomen. Ze hebben lang naast elkaar gelegen. Nadat mijn vader was overleden,
heeft mijn stiefvader mijn moeder geholpen met de boekhouding. En van het een kwam het ander.”
Ook je stiefvader stierf op zijn 64-ste. Na diens dood raakte je in een depressie?
“Het ging opeens heel erg over de dood bij ons thuis, hoewel ik het huis al uit was. Ik werd toen
ineens heel bang voor de dood. En op zijn begrafenis regende het, ook zo naar. Hij was ineens dood. Hartaanval. Mijn moeder was net uit het ziekenhuis waar ze een stuk van haar darmen had moeten laten weghalen, want ze had darmkanker. Daarom was hij ook zo gestrest volgens mij, want hij was enorm bang om haar te verliezen. En toen was hij zelf dus ineens dood. Wij warennet de speelfilm van Theo en Thea aan het maken en traden op in theaters. Dus al die ellende in die enorme drukte: allemaal heel raar.”

Tosca Niterink

Theo en Thea: het is dit jaar 25 jaar geleden dat jullie stopten. Had je dat enorme succes überhaupt
destijds bevroed?
“Helemaal niet. Ik zat nog op school, ik vond eigenlijk niks leuk. Ik kende Arjan omdat hij altijd kwam kijken naar voorstellingen op de academie voor kleinkunst. En hij moest altijd heel hard lachen om mij. Hij zat niet meer op school, en toen heb ik hem gevraag te helpen met mijn theaterprogramma. Iets met een doos, heel stom. We hebben daar een filmpje van gemaakt en ik ben nooit meer terug naar school gegaan.”
Waarom niet?
“Omdat Arjan ingangen had bij de VPRO. En ik dacht: wat zou ik na school nou het liefste willen? Vijf minuten zendtijd bij de VPRO. Echt waar. En als ik iets heel graag wil gebeurt het ook.”
Wat vond de VPRO van jullie film?
“Saai en langdradig. Gewoon niet goed, terwijl we er maanden aan hadden gewerkt. Dat vonden ze een beetje zielig en toen zeiden ze: ‘We hebben vijf minuten over in een kinderprogramma, probeer daar maar iets.’ Toen dachten we: laten we nu maar even heel gek gaan doen. Arjan had die tandjes thuis liggen, hij deed Freddie Mercury vaak na. En ik was net naar een bruiloft geweest van een bruidspaar dat Theo en Thea heette, dus toen hadden we de naam ook.”
Jullie waren nog niet op tv of het werd een grote hit.
“Daar heb ik zelf vrij weinig van gemerkt. VPRO-directeur Rudolf Kiers, inmiddels dood, zei: ik ken geen kind dat er naar kijkt. Hij vond het niks. Maar daarna durfde hij dat niet meer te zeggen, hoor.”
Vond je succes in die tijd zelf niet fake?
“Dat vind ik nog steeds.Voor ons wandelboek Klimmen naar kruishoogte liep ik met mijn dans- en wandelpartner Anita door Spanje en daar kwamen we een Nederlandse vrouw tegen. Zij mocht mij
niet. Ze was de hele reis vervelend tegen me. En ineens was ze ontzettend vriendelijk. Toen wist ze
dus kennelijk wie ik was. Zo ging het heel vaak en zo gaat het nog steeds. Als ik met Anita ergens kom, denken ze heel vaak dat zij Thea is. Want zij is veel uitbundiger dan ik, ik sukkel er meestal maar een beetje achteraan. Soms schaam ik me dood, omdat Anita zegt: ‘Zij is komiek geweest.’ Dan kijken ze naar me, en zie ik ze denken: het zal wel.”
Vind je het niet leuk dan om aan dat succes herinnerd te worden?
“Het is meer dat ik er helemaal niet uit zie alsof ik grappig ben. Ik val altijd erg tegen. Maar ik moet wel altijd om Arjan lachen.”

En niet om jezelf?
“Nee.”
Vond je het wel leuk om te doen?
“Tuurlijk vond ik het leuk, maar het heeft ook een andere kant. Dat mensen ineens hun gedrag gaan
bijstellen zodra ze weten wie je bent. En als je niet meer op tv bent, denken ze ook dat je niet meer leeft.”

Waarom zijn jullie uiteindelijk gestopt?
“Waarom zijn wij gestopt? We wilden elk jaar stoppen! Ik had never nooit wat anders gedaan. We zijn honderdduizend keer gestopt. En dan kwam er weer wat. We hebben tien jaar samengewerkt.
Dat is toch best lang? Maar goed: ik doe nu andere dingen. Ik werk bijvoorbeeld met Anita aan een komische documentaire over hoe wij ons als twee uitgetamponeerde dames handhaven op een 500 kilometer lange voettocht door Brazilië.”
Wanneer heb je Anita ontmoet?
“Zo’n tien jaar geleden.”
Liefde op het eerste gezicht?
“Ik vond haar wel leuk, ja.”
Ging het in die tijd goed met jou?
“Ja.”
Want je was net van de drugs af?
“Ja, hoor.”
Daar praat je niet graag over?
“Ik heb er genoeg over verteld. Klaar uit. Ik ben er een tijdje behoorlijk in doorgeschoten. En
daarna ging het weer goed met me. Ik heb er uitgebreid voor in therapie gezeten. Het is best moeilijk om gewoontes af te leren, dat heeft een hoop strijd gekost.”Verslavingsartsen hebben gezegd dat je te weinig serotonine aanmaakt in je hersenen.
“Ook dat. Ik word toch altijd in een zware mood wakker. Er is iets in mijn hoofd niet goed. Terwijl sommige mensen uit bed springen: kom maar op met de nieuwe dag. Maar wandelen werkt heel
goed.”
Dat is je therapie?
“Eigenlijk is het hele leven therapie.”
Heb je je hele leven al las van depressies?
“Ja ik ben altijd al zwaar op de hand geweest. Ik kan me van de kleuterschool herinneren dat ze zeiden: kijk niet zo boos. Op mijn vijftiende zaten we met het hele gezin in therapie, omdat mijn zusje zo depressief was. Het zit in de familie, mijn broer ook. En alcoholisme, zit er ook in.”
Hoe werd erop gereageerd dat jij doorschoot?
“Dat vond niemand natuurlijk leuk. Maar ondertussen speelden er ook andere verhalen bijvoorbeeld met alcohol in mijn familie. Zo lang ik me kan herinneren ontplofte de ene na de andere tante door de drank. Eén van mijn tantes is letterlijk echt ontploft. Ze was zo zwaar alcoholist dat haar dokter dacht dat ze zwanger was, zo’n dikke buik had ze. En toen is ze in het ziekenhuis uit elkaar geknald. Ze had heel veel haring gegeten en ijs, echt, het vloog tegen het plafond en tegen alle muren. Dood. Ze hebben die hele kamer moeten ontsmetten, afkrabben en opnieuw moeten schilderen.”

Waarom deed je het?
“Verdoving. Keith Bakker heeft dat mooi gezegd: je hebt geen problemen met drugs, maar met
het leven. Dat is ook zo. Het leven is zo hard en zo genadeloos en zo lelijk ook vaak. Het begint natuurlijk al op school, je bent onzeker en ik had al meteen door dat ik eerst een wijntje moest
drinken om op mijn gemak te zijn. Terwijl sommige mensen overal heel makkelijk binnen lopen.”
Eigenlijk ben je vrij onzeker?
“Niet zozeer van mezelf, maar tussen mensen. Dan ben ik verlegen en onzeker.”Je viel wel al op de middelbare school op meisjes.

“Maar ik ben daar pas op mijn 23-ste mee naar buiten gekomen.”
Je wilde geen pot zijn?
“Vreselijk. Ik had een tante die tijdens een feestje op de maat van de muziek haar pijp tegen de deurpost stond uit te kloppen. Zij was ook lesbisch. Mijn moeder vond haar verschrikkelijk. En ze heeft misschien wel haar man vermoord. Hij kon niet zwemmen, ze zijn een boottochtje gaan maken, en hij dreef ineens dood in het water.”

Wat een verhaal. Daarom wilde je niet lesbisch zijn?
“En mijn broer was ook al homoseksueel. Dat kon ze heel goed accepteren, maar nog een kind, dat leek me zo’n teleurstelling voor mijn moeder. Ik zat er dus wel mee. Ik vond het een afgang. Ik
vond potten, zeker in de jaren zeventig, niet de populairste figuren. In Haarlem had je geen potten, ik zag ze tenminste niet, en zeker niet op school. Ik dacht: die blamage bespaar ik mezelf.”
Wanneer kwam je uit de kast?

Tosca Niterink

“Pas op mijn 23-ste. Ik werd verliefd en het was wederzijds. Toen kon ik het niet meer ontkennen.”Ging je weleens naar een pottencafé?
“Jawel: ik kwam in de Amstelclub, de Plak, de Trut, en Saarein bijvoorbeeld. Het COC was een
stomme bende. En die potten verteerden niet veel, hoewel dat tegenwoordig wel meevalt. Ik denk
dat ik in die tijd in mijn eentje de hele pottenhoreca heb gefinancierd.”
Want je was rijk in die dagen?
“Jawel, ik kon in elk geval veel rondjes geven. Maar geld interesseert me eigenlijk niet. Ik wil wel een leuke auto rijden. Daar ben ik gek op. We hebben een Dodge. En daar liggen we helemaal krom
voor. Niet dus.”
Wat is het mooiste beroep dat er is?
“Schrijven. Je hebt een pen nodig en verder niks. Als ik straks tachtig ben en ik kan nog een pen vasthouden, dat is toch geweldig? Er zijn nog zoveel dingen die ik moet opschrijven.”
Want je wilt altijd blijven schrijven?
“Zeker, en ook als ik oud word. Je ben van niemand afhankelijk. En we treden veel op: we laten
filmpjes zien, ik lees voor uit onze boeken, dan kan ik toch nog een beetje laten horen dat ik eigenlijk actrice ben.”
Maar het echte acteren lonkt niet meer?
“Nee. Ik heb twee jaar geleden nog in Walhalla gespeeld als raamprostituee, maar die serie is
geflopt. Eens in de twee jaar zou ik best nog eens zo’n rolletje willen spelen, maar niet meer in een
bus op tournee. Ik werd na die rol meteen gevraagd voor een aantal dingen, maar ik had wat anders
te toen. En dan denken ze meteen: o, Tosca wil niet. Maar ik vind het lekker zoals het nu is, heel erg
fijn.”

This entry was posted in interviews and tagged , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

5 Responses to ‘ik heb nooit om mezelf moeten lachen’

  1. Beste Tosca, Heb je informatie voor mij mbt het roeien op de Ganges? Hoe/waar/bij wie hebben jullie dat geregeld?

  2. John Wijsmuller says:

    Goed en mooi gedaan vanavond!
    Hartelijke groet, John

  3. jenny says:

    Wat kun je mooi vertellen over je moeder.
    Ik werk zelf met mensen die dement zijn ,maar dan in de thuiszorg.
    Ik heb bij een dame gewerkt die ook zoveel humor had.
    Deze mevrouw stond op de foto een sigaret te roken.
    Toen ik haar vroeg zullen we samen een sigaret roken? zei ze :ach kind ik heb nog nooit gerookt,zou niet weten hoe ik dat moet doen.
    Groetjes.

  4. Leo de Jong says:

    Rook jij echt pijp ? Ik heb het ooit geprobeerd maar vond het echt niet mijn ding.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *