slenteraars en wandelamateurs

Tosca Niterink en Anita Janssen na twee keer Santiago nu naar Brazilië


Slenteraars en wandelamateurs


Te voet de wereld verkennen

‘Zo al wandelend, dat is toch wel leuk, kom je nog eens ergens, waar je anders
waarschijnlijk je hele leven niet aan toe was gekomen.” Tosca Niterink heeft
al flinke stukken wereld bewandeld. Samen met Anita Janssen, haar dans-
en wandelpartner. Anita: “Te voet is de mooiste manier om een land te leren
kennen.”

Tekst: Mariëlle Verstegen Beeld: Anita Janssen

Ze reisden samen de hele wereld over. Vergeten gebieden, verre oorden. Maar
wandelen? Eh nee. “We waren best wandelschuw. Als we ergens op een station
aankwamen met onze bepakking dan wisten we niet hoe snel we een riksja moesten
regelen. Of een taxi, want we gingen echt niet meer dan honderd meter lopen met onze
spullen”, zegt Tosca Niterink.Tot daar een boek werd gevonden, bij een oom in de kelder. Het ging over de pelgrimstocht naar Santiago de Compostelo.
Antita: “Zullen wij ook?”
Tosca: “Mmmm.”
De twijfel was voor even, ze gingen op pad. En meteen goed, 750 kilometer van
Pamplona naar Santiago. Een jaar later trokken ze opnieuw door Spanje. Dit keer
1200 kilometer van Granada naar Santiago. Ze hadden Japan in de planning, ook om te
verslaan voor het NRC. Maar de verschrikkelijke kernramp en tsunami aldaar, bracht
het paar uit Amsterdam terug naar Santiago. Vorig jaar deden ze een deel van de Sultans
Trail, van Sofia naar Istanbul. Bedacht door een Haarlemse Turk die van Haarlem
naar Istanbul liep en daar een route van wilde maken. De Amsterdamsen zouden een
deel van de route op een laagvlakte uitzetten. “Dat werd één grote ramp. Dat sloeg
helemaal nergens op. Na twee weken zijn we gestopt en hebben de route in Turkije weer
opgepakt, waar wel een boekje van was”, blikt Anita terug. “Bovendien waren we in het
feit getrapt van een wandelkar. Normaal liepen we allebei met een rugzak met maximaal
zeven kilo, door die kar hadden veel teveel meegenomen. Alsof we een dood paard
achter ons aansleepten”, lacht Anita.
Tosca: “Hij staat nu nog in de weg, achter de strijkplank. Dus als iemand hem wil
overnemen?”
Ook de hitte hielp niet mee. “We liepen in veertig graden daar, dat was gewoon niet te
doen. Liepen we met zulke tomatengezichtjes.”

Tosca Niterink. Beroemd in de jaren negentig met ‘Theo en Theo’. Daarna maakte ze
samen met Arjan Ederveen ‘Kreatief met Kurk’ en ‘Borreltijd’. Nu schrijft ze vooral;
wekelijks een column voor het NRC. Over haar moeder in een verzorgingstehuis,
ontroerend en met humor. En ze bericht over hun wandelavonturen. Hun
boek ‘Klimmen op kruishoogte’ gaat over de pelgrimstocht naar Santiago. Anita Janssen
is journalist en fotograaf. Zij verzorgt de beelden voor de columns en het boek. Samen geven ze ook lezingen in kleine zaaltjes. “Dat vind Anita leuker dan ik. Die houdt ervan
als de mensen hard moeten lachen.”
Anita knikt instemmend. “We laten filmpjes zien, lezen voor uit ons boek, het
rechtstreeks contact met de mensen is heel leuk. Een soort van dia-avondje maar dan
leuker.”
Tosca schrijft graag. De televisie, die haar meer dan twintig jaar geleden plots beroemd
maakte, mist ze niet. “Ik heb er natuurlijk onwijs leuke herinneringen aan en ik word
best nog regelmatig gevraagd voor dingen. Maar ik ben blij met wat ik doe. Ik hoef alleen
maar een potlood vast te houden en dat kan ik de rest van mijn leven blijven doen.”
Vroeger schreef ze alle dialogen van ‘Theo en Thea’ uit. “Dat was samen met Arjan,
zaten we in elkaars teksten te krassen. Nu kan ik alleen schrijven zonder dat ik het hoef
te spelen.” Er gaat alleen geen stukje weg zonder de goedkeuring van Anita. Zij is de
kritische lezer.

In september vertrekken ze naar Brazilië, om de Caminho da Fe te lopen. Een tocht van
zo’n 600 kilometer waar ze zo’n zes, zeven weken voor uit trekken. Te beginnen met
een pelgrimsbijeenkomst waar zo’n tweehonderdduizend pelgrims op af komen.

Niet echt iets voor de bedenkers van Wild Wife Adventures. Een evenement als de
wandelvierdaagse laten ze ook graag aan zich voorbij gaan. De massa schrikt af.
“Die mensen komen zo voorbij”, demonstreert Tosca en zet een paar ferme stappen in
het café aan de Linnaeusstraat in Amsterdam. Met stevige tred, blik op oneindig. Dat
gevoel. Wandelaars die kilometers willen maken en dat allemaal in een redelijke tijd.
“Na twaalf kilometer gaan ze pas zitten, terwijl wij na elke twee kilometer eventjes gaan
zitten.” “Daar gaat het ons ook niet om. Het gaat niet om het opschieten”, vult Anita aan.
Tosca: “Wij zijn slenteraars.”
Anita: “Wij zijn wandelamateurs.”
Tosca: “Wij staan voor alle ramen stil.”
“Inmiddels zijn we beroepsamateurs geworden. Mensen vragen ons om tips”, merkt
Anita. En tips hebben ze. De zolen van de voet bijvoorbeeld, die worden ingesmeerd met
kamferspiritus, een oud middel dat tegen doorligplekken wordt gebruikt en Compeedstick. “En Annie gaat het liefst na iedere twee kilometer zitten om de schoenen uit te
doen en de sokken droog te wapperen. Daar word ik wel eens moe van, want ik wil niet
tien keer mijn schoenen uitdoen.”
Anita: “Natte sokken gaan schuren en daar krijg je blaren van.”
Tosca: “We hebben nog nooit één blaar gehad.”

Eén keer raakte Tosca geblesseerd onderweg, toen ze haar enkel verstuikte. “Dat was
na het wandelen. Ga je op je slippers de stad in en gaat het mis.” Met dank aan Anita –
“Annie doet reiki”, zegt Tosca terwijl ze haar hand liefdevol op Anita’s onderarm legt –
kon Tosca een paar dagen later weer wandelen. Weg kneuzing. “Ik was die reis een soort
van mobiele reiki praktijkie, dat gaat via mond-op-mond reclame heel snel.”
“Het had ook wel iets, iets wat ik niet kende, de blijdschap die de natuur in me losmaakte,
het gevoel van voldoening, op eigen kracht zo’n eind te lopen.”

Ze hebben net de Koninklijke weg erop zitten, de route van Paleis Noordeinde naar
paleis ’t Loo. Tosca: “Als het einde dan in zicht is, denk ik wel: Oh jammer. Zullen we het
Pieterpad gaan lopen? We moeten natuurlijk ook in beweging blijven en gaan straks in
Brazilië ook de bergen in. We zullen in de Ardennen en Luxemburg gaan lopen om vast
wat bergjes mee te pakken.”
’s Avonds maken ze ook vaak een wandeling. Tosca: “Meestal gaan we ’s avonds om
tien uur effe een uurtje lopen. Na tienen is er nergens meer iemand en heb je echt het
gevoel dat de stad van jou is. We ontdekken werkelijk iedere avond nog nieuwe plekjes
in Amsterdam.”

Anita: “Wij analyseren ook, dat iedereen bijvoorbeeld twee dingen voor de ramen heeft
staan tegenwoordig. Daar kunnen we zo op gefixeerd raken dat we het alleen nog maar
over ‘De twee dingen’ hebben.”Ze genieten van de schoonheid. Maar verbazen zich evengoed over de lelijkheid.
“In Nederland is het heel moeilijk in een bos te lopen zonder een snelweg te horen.”
De mooiste plek bestaat niet. Hun bezoek aan een bijna verlaten dorp in de bergen
van Albergeria was heel bijzonder, net als Laos dat was. “Toen zijn we echt op plekken
gekomen, daar hadden ze volgens mij nog nooit een blanke gezien. Daar zetten ze om de
beurt jouw bril op hun hoofd, hadden ze ook nog nooit gezien”, weet Tosca. “Het is de
waarde die je er zelf aan geeft. Je kan op een prachtige plek staan maar als je vriendje
het uitmaakt, heb je er toch geen mooie herinneringen aan.”
Ze hebben een jouw dag en een mijn dag. “Om het een beetje gezellig te houden tussen
ons.” Op Anita’s dag gaan ze in alle vroegte op pad, worden rond half zeven de eerste
passen gezet. Op Tosca’s dag wordt er eerst koffie gedronken. “Ik ben wel altijd heel blij
dat jij me dan zo vroeg hebt meegesleurd.”
“’s Morgens wist ik altijd precies waar het me allemaal ook weer om te doen was. Tijdens
het uur waarop de wereld nog alleen van de vogels is, werd ik vaak door geluk overvallen.”

———————————————————————————————-

‘Klimmen naar kruishoogte’ beleeft derde druk

‘Klimmen naar kruishoogte’ heeft zijn derde druk beleefd. Het boek is een doldriest,
adembenemend wandelavontuur. Amateurpelgrim Tosca Niterink en haar dans- en
wandelpartner Anita Janssen (Annie voor intimi) liepen, gewapend met potlood, papier
en zwaar camerageschut, de ‘zilverroute’. Een 1200 kilometer lange uitputtingsslag die
begint in Granada en dwars door het barre, eenzame, verzengend hete Spanje omhoog
klimt naar Santiago. Klimmen naar kruishoogte is het adembenemende, persoonlijke,
doldrieste en zeer filosofische verslag van deze uitputtende voetreis, die voerde langs
bergen en dalen, met potloodventers, zonnebrilnegers en andere vreemde types. Tosca
Niterink en Anita Janssen deden eerder verslag van deze reis op de achterpagina van het
NRC. Het duo maakte ook gefilmde reisreportages voor onder anderen Holland Doc en
Vara’s Humor TV . Tosca Niterink is actrice (vooral bekend als Thea in het duo Theo en
Thea en Kreatief met Kurk ), columniste bij NRC en schrijfster. Anita Janssen is camerajournalist en fotograaf.


NWB wandelen mei 2013

This entry was posted in interviews, pelgrimstocht, pers and tagged , , , , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *