tien vingers

Serie over 8 dementerende dames die voor hun eigen veiligheid achter een cijferslot leven, verschijn iedere donderdag op de achterpagina van de NRC. In de hoofdrol de moeder van Tosca, mevrouw Niterink (tekst tosca foto’s anita)

We glijden de parkeerplaats op. Maken diepe bandensporen in de maagdelijke sneeuw.
Mijn moeder zit binnen op de bank, in haar namaak bontjas, tas op schoot lekker warm samengeperst tussen mevrouw Map en Glims.
Ja ze had het koud, zegt de zuster, ze heeft hem zelf aan gedaan, dus ik laat haar maar even.
Heb je het koud, mam?
“Nee hoor, lekker juist.

Kom maar mam, uit die jas! Doe deze warme poncho maar even aan. Ik trek hem over haar hoofd. Lekker?
Ja hoor!
Niet koud?
Welnee! Waarom zou ik het koud hebben?
Wil je weer lekker knus tussen die dames in zitten?
“Doe niet zo gek! Wat moet ik bij die rare wijven!’
Geen idee, zeg ik .

De bezoekjes aan mijn moeder op deze plek blinken uit op 1 punt; ze karakteriseren zich qua overtemperatuur. Oude mensen hebben het snel koud. Dus de cv staat zomer en winter te loeien. Een keer koffie maken voor de hele tent of mijn moeder naar de wc helpen zorgt er altijd voor dat het zweet over mijn rug gutst en in mijn wimpers druipt en dat ik mijzelf aansluitend naar adem happend (met een sigaretje) terug vind in de gezellige binnentuin, tenminste als mevrouw Pijnenburg, de poortwachter het goed vindt. Behalve de deur naar de gang barricadeert ze, met haar afgeladen rollator vol roddelbladen,ook de deur naar de binnentuin.

Nee, roept ze vandaag, die deur mag niet open!

Ik snel mij naar de aangrenzende kleinschalige woongroep huize Hyacint,daar hebben ze tenslotte ook een deur naar de binnentuin. Er zitten wat mensen in rolstoelen wezenloos te knikkebollen voor de tv. Ik veronderstel dat de bewoners van huize hyacint wat intensievere zorg nodig hebben dan in aanpalende kleinschalige woongemeenschap huize de Tulp, waar mijn moeder verblijft.
Ach, daar ligt middenin de kamer een vrouw op een anti-doorlig-luchtbed. Aan haar ingevallen ogen zie ik dat ze aan het sterven is. Dan herken ik haar. Een half jaar geleden zag ik haar in de multi- funtiezaal van Klein Keukenhof. Ze werd rondgeleid door een zuster. Ze stonden bij de droogkappen. En dan wordt dit uw kapper, sprak de zuster opgeruimd.
O fijn, sprak de vrouw zachtjes en beleeft De angst in haar ogen, zal ik nooit vergeten. In de maanden daarna zag ik haar regelmatig paniekerig en verward ronddolen. Voor ik het wist stond ik aan haar bed en hield haar hand vast. Sorry zei ik tegen de zuster,ik ken deze vrouw, mag ik haar even aanraken. Tuurlijk, glimlachte ze. De stervende vrouw kneep zachtjes in mijn hand en keek me euforisch aan. Ik geloof dat ik net ‘Bon voyage’ in haar oor fluisterde toen de zuster vroeg;
Bent U haar dochter?

Even later nemen we afscheid van mijn moeder ,de dames zijn net aan tafel gegaan. Kijk Tos, zegt mijn moeder en streelt mevrouw Glims over haar wang, dit is toch zo’n lieverd! Glims kijkt mijn moeder blij verrast aan en pakt haar hand.
De dames kijken elkaar liefdevol aan en knopen elkanders handen ineen.
Daarna zie ik ze schrikken, zich afvragen,wat doe ik nu? ‘Wie is dat mens’ en elkanders vingerverstrengeling loswurmen. Mevrouw Glims lost de situatie gelukkig op, ze steekt haar hand in de lucht begint haar vingers te tellen en roept;”we hebben allemaal tien vingers!”

This entry was posted in Tosca's columns and tagged , , , , , , , . Bookmark the permalink.

One Response to tien vingers

  1. Claudia Vogel says:

    “Bon voyage” mooi verwoord….

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *