Klein Keukenhof – Knuffelmoeder

Vervolg verhaal in de NRC over 8 dames die voor hun eigen veiligheid achter een cijferslot wonen. Met in de hoofdrol de moeder van Tosca.
Klein Keukenhof verschijnt iedere woensdag op de achterpagina van de NRC. (tekst tosca, foto’s anita)

Al in de glazen cijferslotsluis is het duidelijk, de kersttoon is gezet.
Het marmeren manneke pis beeldje lacht ons, verkleed als kerstman toe.
Hij herinnerd ons aan elke belangrijke gebeurtenis. Dit keer als kerstman, met watten baard, dan weer in oranje voetbal tenue en zwarte piet en weer terug. Nu staat hij dus van onder zijn rode mantel tevergeefs in zijn marmeren piemeltje te knijpen en te droogplassen in de kapotte fontein.

De hele vrolijke club leeft nog, alle acht. Over sommigen dames heb ik nooit geschreven, bijvoorbeeld mevrouw Pijnenburg, de poortwachter.
Ze zit zoals altijd aan het hoofd van de lege eettafel te bladeren in roddelbladen en heeft haar rollator naast haar dusdanig opgesteld dat ze de de ingang van de huiskamer barricadeert, zodat iedereen moeten vragen, ‘sorry mag ik er even langs.’
Waarop zij dan weer geïrriteerd kan bitsen; ‘U kunt er toch makkelijk langs! ‘
Waarop de andere partij dan weer moet stumperen met ‘juist ja maar kan uw rollator wel ietsepietsie opzij. Waarop zij boos wordt en…enz.
De reden dat ik niet eerder over haar geschreven heb is omdat ik niet wist hoe dat te doen zonder haar of haar familie te kwetsen.
Maar ik begrijp sinds kort dat dementerende dames belangrijke dingen vergeten en daar niks aan kunnen doen. Zoals aardig doen tegen mensen of juist niet, of er mee bezig te zijn wat de buren zullen zeggen of juist niet. Daardoor kunnen ze ineens een persoonlijkheid verandering ondergaan .

De huiskamer blinkt van zilver goud dennentakken en scheef gedecoreerde papieren kerstklokken, naast de kerstboom zit mijn moeder hand in hand met haar twee kleinkinderen. Ze strelen allebei een hand van hun oma. Ik heb ze nog nooit zo close gezien.
‘Zo fijn,’ zegt mijn nichtje terwijl ze mijn moeder over haar bol aait, ‘ik mocht vroeger nooit aan der haar komen.’
Inderdaad, dat mocht niemand en ik ook niet maar mijn moeder is de laatste jaren ineens aaibaar geworden,
Ze was nooit een knuffelmoeder of een schoot-wieger. Ik was altijd bang dat ze in tweeën brak. Of dat ik snot op haar boezem morste . Ze lijkt nu een aantal belemmeringen te zijn vergeten.
Ze kijkt me verstrooid aan en vraagt: ‘En wie ben jij ook weer?’ .
Boem au! sta ik in het donker heeft ze haar bril niet op? Ze is in ieder geval ver weg en blijft maar dezelfde vragen herhalen.

Als we na een tijdje zachtjes over de begrafenis van onze tante Grada, beginnen, is ze ineens weer bij de les.
“Wat, is Grad dood?”
‘Ja mam..” Ze barst in snikken uit en roept:
”Wat erg voor Gijs”
“Gijs is ook dood mam.’
”Is Gijs, dood wat erg voor Grad!
”Grad is ook dood mam!…
Ze blijft maar huilen.
‘Het is net een klein kind dat moe is,’ zegt mijn neef.
Als ik uiteindelijk zeg dat ik naar huis ga zegt ze
‘Ja, ik ga ook.’
‘Ik breng haar even naar bed,’ fluister ik tegen de zuster.
Als ik haar in bed leg snikt ze ‘ik ben toch blij voor Grad dat we op de begrafenis van Gijs geweest zijn.’
Ze ligt in haar pyjama op haar zij onder de dekens in foetus houding. De zuster komt binnen.
‘Even kijken,’ verontschuldigd ze zich en tilt het dek op, dan buigt ze voorover en geeft ze mijn moeder een zoen op haar bovenarm.

This entry was posted in Tosca's columns and tagged , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *