Recensie: Klimmen naar kruishoogte (esta magazine)

door lisette beentjes (esta magazine)

“Een doldriest, adembenemend wandelavondtuur” belooft de subtitel van ‘Klimmen naar kruishoogte’ ons op het omslag, met een vette knipoog en een dikke spelfout.

En dat is precies wat het is, dit reisverslag van de pelgrimage van 1200 kilometer van Granada naar Santiago door Tosca Niterink en haar ‘dans- en wandelpartner’ Anita ‘Annie’ Janssen.

Verrukkelijke observaties

Echter, dit boek als reisverslag typeren zou het beslist te kort doen. Hoewel de voetreis op zich natuurlijk de rode draad vormt, zit de kracht vooral in de rake typeringen van mensen die het pad van Niterink en Janssen tijdens hun tocht kruisen. ‘Klimmen naar kruishoogte’ biedt een uniek kijkje in het creatieve brein van Niterink die met verrukkelijke ironie schetst wat ze ziet of meemaakt. Het leidt tot hilarische observaties die het boek tot een pageturner maken.

Barre tocht

De barre tocht door ziedende hitte, slagregens en onherbergzame gebieden kent voor de zelfbenoemde ‘amateurpilgrims’ (beste voorbereiding: het Rabobank Kabouterpad) de nodige ontberingen:

“We klommen over een messcherpe vangrail (waardoor ons bijna een gratis vrouwenbesnijdenis te beurt viel) en strompelden minstens 3 kilometer verder over cola-blikjes en dooie vogels tot een benzinepomp.”

De wandelgids (‘leugenboek’) van Alison Raju dirigeert het tweetal talloze malen de verkeerde kant op of ze missen de gele pijlen die het pad markeren. Dit ontlokt Niterink de volgende tirade:

“Die wandelkut stuurde ons rustig de verkeerde kant op. En verdient daar nog geld mee ook!”

Spaans benauwd

Maar de uitdagingen zijn niet louter fysiek:
Na een dag wandelen vragen de twee een blonde dame aan de balie van een hotel om een tweepersoons bed:
“Er hing meteen een springerige sfeer achter de bar. Het blondje en haar collega – de laatste duidelijk van de club want het is een vrouw met bakkebaarden uit haar oren – drentelen nu om beurten verleidelijk langs mijn tafeltje. Ik krijg het er Spaans benauwd van.”
Medepilgrims

De beschrijvingen van de medepilgrims die Niterink en Janssen in het stuk vanaf Mérida ontmoeten zijn hoogst vermakelijk. Ze stinken naar zweetvoeten, zien de tocht vooral als competitie (‘snelgrims’) of allebei en ze zijn zonder uitzondering kleurrijk. Niterink verzucht: “Annie,” vroeg ik, “lopen er ook gewone mensen over deze camino?”

Bespiegelingen

In dit boek geen geitenwollen innerlijke zoektocht of ingetogen religieuze inzichten. Maar er is wel ruimte voor authentieke bespiegelingen op de momenten dat Niterink overvallen wordt door de schoonheid van de overweldigende natuur. “’s Morgens wist ik altijd precies waar het me allemaal ook weer om te doen was. Tijdens het uur waarop de wereld nog alleen van de vogels is werd ik vaak door geluk overvallen. Waarom merkte ik daar thuis nooit wat van?”

Spitsvondig

Als schrijfster is Niterink is spitsvondig en origineel. Als lezer voel je je de spreekwoordelijke vlieg op de muur. Het is alsof je op de schouders van Niterink meereist. Een kostelijk avontuur waarvoor je geen reisgek hoeft te zijn om het te kunnen waarderen of er – zoals ik – hardop om moet schaterlachen.

This entry was posted in pelgrimstocht, pers and tagged , , , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *