Oost (5) peuken petra

Janssen en Niterink struinen door Amsterdam Oost, iedere week te lezen op de achterpagina van de NRC

We rammelen met lijn tien (de tuttifrutti expres) door de motregen in Oost .

Dat komt, ze hebben mijn autoraam weer eens ingeslagen.
‘Nee,’ zei de politie,’ daar hebben we geen tijd voor,’ U kunt hooguit bij ons langs komen om aangifte te doen, maar veel makkelijker is gewoon eventjes een aangifte formulier downloaden en invullen.
‘Jeetje Annie,’ zucht ik, ‘er is nog steeds niet genoeg blauw op straat!’
‘Ik weet het niet ‘zegt ze,‘want bedenk wel dat elke agent die we erbij krijgen ook weer minstens twee bekeuringen per dag moet uitschrijven om zijn baan te behouden!’
De tram stopt bij de Dappermarkt.
’Kom op Annie Watson!,’ pak je geruite camera, we dalen af naar de onderbuikwereld!’ naar zo deepdown oost underground als mogelijk.
‘Met of zonder zuurstof?’ vraagt Annie ongerust, want ze voelt de bui al hangen.
‘Hap nog maar even een paar keer goed frisse lucht,’ adviseer ik voordat we de deur open zwaaien van mijn favoriete tabakscorner.
Voor het gemak noem ik het maar even Petra’s peuken paleis. We verdwijnen in een caballero wolk. Ik zie even niks. Terwijl ik mijn prikkende ogen uitwrijf hoor ik trekkast geplingplong.
Wonderwel net als in het donker, passen je ogen zich na verloop van tijd toch aan en begin je dingen te zien. Eerst oplichtende bastos peuken, en trekkast flikkerlichten, met een dikke vrouw zonder benen in een invalidenwagen erachter. ‘Hee tante Wil,’ begroet Annie haar.
Er staat ook iemand in plastic regenponcho aan de toonbank als een wilde krasloten open te krassen. ‘Weer niks! En weer niks!’ zucht ze!
Ik herken die stem het is Marja van de koffiekar (Mar van de kar). ‘Hee Mar!’ Dan klinkt uit de hoek bij de flikkerlichten, het geluid alsof er een spaarpot wordt leeggeschud.’
‘Wil heb meer geluk als mij,’ zegt Marja.

Ik had mijn auto bij de Gooyer (bejaardentehuis op de Dappermarkt) twee minuten op een invaliden parkeerkruis gezet, begint ze te vertellen. ‘Met knipperlichten, omdat ik mijn moedertje even naar der kamer wilde brengen,toen ik terug kwam had ik een vette prent op mijn ruit, daar ging mijn dagomzet!
‘Kankerlijers!’
‘Ik had zo de pest in, vandaar dat ik voor anderhalf honderd heb staan krassen! krassen! Origineel waar!’
‘Het enige wat ik van mijn dagomzet heb overgehouden is een lamme arm van het krassen en wat kleingeld en dat ga ik nu in de gokkast stoppen! ‘
‘Vinden jullie ook dat er nog niet genoeg blauw op straat is?‘ vraagt Annie.
‘Hoeveel er op straat rondlopen in dat zeikweer, maakt me niet uit, zegt Petra,‘als ze maar niet binnen komen, want dan gaan ze zeuren dat ik niet mag roken op mijn werkplek!’ Ik snap het nut niet van al dat gedoe met die petten erop.
‘Maar stel dat je wordt overvallen of zo dan ben je toch wel blij dat ze er zijn!’ probeer ik.
‘Tsss! ‘doet ze, ‘ik ben wel eens overvallen kreeg een echt pistool onder mijn neus! Origineel waar! Weet je nog Wil!
Wil was erbij!’
‘Dat vergeet ik nooit,’ roept Wil terwijl ze de gewonnen euro’s in haar rok veegt
‘Ze was zo geschrokken, dat die bakkes van haar helemaal wijd open scheurde en haar gebit op de toonbank viel.’
‘Toen ze weg waren,’ gaat Petra verder, ‘wees jij naar die leeg getrokken kassa met dat gebit ernaast, weet je nog wat je zei Wil?’
‘Bel de politie en daarna slachtoffer hulp of zoiets?’
‘Dat geloof je toch zelf niet!‘ Peuken Petra begint astmatisch te hoestlachen als ze eraan terug denkt.
‘Nee,’ je zei enkelt heel rustig, ‘kijk ze hebben een koekie voor je laten legge!”

This entry was posted in Tosca's columns and tagged , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *