bewegend wildwife magazine

Iedere dag doldrieste video’s, prachtige columns en andere vrolijke observaties

Ons boek ‘Klimmen naar Kruishoogte’ ligt in de winkel maar je kan het natuurlijk ook HIER bestellen , een doldriest adembenemend wandelavontuur van 50+ debutante Tosca Niterink, foto’s Anita Janssen

Na twee weken al een tweede druk!!! Joegee
Met een nieuwe cover…

Klimmen naar kruishoogte

Wat gaat het lekker met ons boek en wat een enthousiaste reacties.. we glimmen van trots

Iedereen kijkt me boos aan in de bomvolle trein omdat ik nonstop irritant grinnik. Lees klimmen naar kruishoogte van tosca niterink
Op naar de boekpresentatie… Doldrieste onnavolgbare stijl, pageturner! foto’s rooie reporter
Dat was echt keileuk! Boekpresentatie klimmen naar kruishoogte van tosca niterink en rooie reporter. Buy the book. Echt. (Andrea van Pol, Amsterdam)

Trots op jullie! kruishoogte (Lara Rense, Amsterdam)

Net ‘t boek van tosca niterink en rooie reporter uit. Zaterdag in Opium Radio de dames over dit hilarische boek: ‘Klimmen naar Kruishoogte’! (Stefan Mulders, Utrecht)

He wat jammer dat dit heerlijke boek al uit is. Wat een humor, rake beschrijvingen, fijn schurende intermenselijke gedoetjes. En wat is het hartstikke lekker leesbaar, top gewoon en ook herkenbaar want ooit
heb ik 2 maanden in de winter in zuid spanje rondgereisd, als bus en treintoerist dan he, dus niet zo ontzettend stoer als jullie gedaan hebben. Tosca, je bent een heldin! (sep schaffers Delft)

Mooie woorden van tosca niterink: ‘snelgrim’ en ‘strompelvoeten’, fijn boek ook! (Annet de Jong Amsterdam)

BOEKTRAILER ‘ Klimmen naar Kruishoogte’

VPRO de avonden een lekker lang wandel gesprek

NRC

Halverwege in het boek…kan me niet heugen wanneer ik voor het laatst hardop heb gelachen tijdens het lezen! Echt tof! Mijn rat heeft vanmorgen trouwens lekker over de kaft zitten zeiken, dus die is ook goedgekeurd! Schijnt een goed teken te zijn bij knaagdieren ; ) Hoop dat Tosca blijft schrijven!! Thanks

Geweldig boek!! Ben al over de helft!

Iedere dag een stukkie in de pauze. lekker langzaam want het boek is veel te leuk om al uit te hebben! Annelies van Ree Hilversum)

Klimmen naar Kruishoogte… Jammer dat ik het zondag al uit had…

Heb gister het boek Klimmen naar Kruishoogte aangeschaft en ben inmiddels op bladzij 154 – dat lees ik nog wel uit vandaag, het is leuk, mooi, om bij te schaterlachen, en ik krijg erge zin om een vriendin te vinden zoals Annie en ook te gaan pelgrimwandelen – en dat met mijn artrosevoetjes die na 6 kilometer overal kramp veroorzaken. (dia huizing amsterdam)

VARAgids

Deze week in de Telegraaf actie – Klimmen naar Kruishoogte

alle regionale kranten

Ik vind het echt een geweldig boek (Tamar Sipkes, Haarlem)

Geweldig boek, in één dag schaterlachend uitgelezen!! (Mireille Collignon, Hilversum)

DANK! geweldig genoten! (Heleen Molewijk, Amsterdam)

Wèl jammer dat je het sneller uit hebt dan dat de dames hebben moeten ploeteren!
(Sandra Mets, Baarn)

Ontzettend geestig! Inmiddels al veel vrienden op pelgrimage naar de boekhandel gestuurd! (Katrien Hulst, Haarlem)

spijkers met koppen vanaf 1.01

Review bij FOK

Tosca Niterink (Haarlem, 3 maart 1960) is actrice (vooral bekend als Thea in het duo Theo en Thea en Kreatief met Kurk), columniste bij NRC en schrijfster. Anita Janssen is camera-journalist en fotograaf.
Het duo deed eerder verslag van hun reis op de achterpagina van de NRC en maakte ook gefilmde reisreportages voor onder andere Holland Doc en Vara’s Humor TV.

De subtitel van het boek (mét knaller van een spelfout) geeft een goede omschrijving van het reisverhaal dat je kunt verwachten. Het is een heel eerlijk en oprecht verslag van een loodzware reis. Denk je eens in: 1200 kilometer lopen in de verzengende hitte of stromende regen met al je bagage op je rug, inclusief camera, laptop en opladers (want je vriendin is verslaafd aan Twitter). Water dat bijna kookt in de plastic fles. Blaren en andere blessures. En dan toch doorzetten.

Toch doet het woord reisverslag het boek geen eer aan. Natuurlijk worden er grote delen van de zilverroute beschreven en komen er vele pelgrimsherbergen aan bod, maar dat is niet wat je aan het lezen houdt. Het zijn de beschrijvingen van frustratie, pijn en gelukzalige momenten die het boek boeiend maken. Tosca Niterink brengt al haar ervaringen tijdens haar reis spontaan (met bijbehorende spelfouten) en met veel humor, zoals we van haar gewend waren in Theo en Thea.

Klimmen naar kruishoogte is zo enthousiast geschreven, dat het je bijna aan zou moedigen om de pelgrimstocht naar Santiago de Compostella zelf te lopen. Bijna…

Boekpresentatie foto’s Yo de Bo


Recensie: door lisette beentjes (esta magazine)

“Een doldriest, adembenemend wandelavondtuur” belooft de subtitel van ‘Klimmen naar kruishoogte’ ons op het omslag, met een vette knipoog en een dikke spelfout.

En dat is precies wat het is, dit reisverslag van de pelgrimage van 1200 kilometer van Granada naar Santiago door Tosca Niterink en haar ‘dans- en wandelpartner’ Anita ‘Annie’ Janssen.

Verrukkelijke observaties

Echter, dit boek als reisverslag typeren zou het beslist te kort doen. Hoewel de voetreis op zich natuurlijk de rode draad vormt, zit de kracht vooral in de rake typeringen van mensen die het pad van Niterink en Janssen tijdens hun tocht kruisen. ‘Klimmen naar kruishoogte’ biedt een uniek kijkje in het creatieve brein van Niterink die met verrukkelijke ironie schetst wat ze ziet of meemaakt. Het leidt tot hilarische observaties die het boek tot een pageturner maken.

Barre tocht

De barre tocht door ziedende hitte, slagregens en onherbergzame gebieden kent voor de zelfbenoemde ‘amateurpilgrims’ (beste voorbereiding: het Rabobank Kabouterpad) de nodige ontberingen:

“We klommen over een messcherpe vangrail (waardoor ons bijna een gratis vrouwenbesnijdenis te beurt viel) en strompelden minstens 3 kilometer verder over cola-blikjes en dooie vogels tot een benzinepomp.”

De wandelgids (‘leugenboek’) van Alison Raju dirigeert het tweetal talloze malen de verkeerde kant op of ze missen de gele pijlen die het pad markeren. Dit ontlokt Niterink de volgende tirade:

“Die wandelkut stuurde ons rustig de verkeerde kant op. En verdient daar nog geld mee ook!”

Spaans benauwd

Maar de uitdagingen zijn niet louter fysiek:
Na een dag wandelen vragen de twee een blonde dame aan de balie van een hotel om een tweepersoons bed:
“Er hing meteen een springerige sfeer achter de bar. Het blondje en haar collega – de laatste duidelijk van de club want het is een vrouw met bakkebaarden uit haar oren – drentelen nu om beurten verleidelijk langs mijn tafeltje. Ik krijg het er Spaans benauwd van.”
Medepilgrims

De beschrijvingen van de medepilgrims die Niterink en Janssen in het stuk vanaf Mérida ontmoeten zijn hoogst vermakelijk. Ze stinken naar zweetvoeten, zien de tocht vooral als competitie (‘snelgrims’) of allebei en ze zijn zonder uitzondering kleurrijk. Niterink verzucht: “Annie,” vroeg ik, “lopen er ook gewone mensen over deze camino?”

Bespiegelingen

In dit boek geen geitenwollen innerlijke zoektocht of ingetogen religieuze inzichten. Maar er is wel ruimte voor authentieke bespiegelingen op de momenten dat Niterink overvallen wordt door de schoonheid van de overweldigende natuur. “’s Morgens wist ik altijd precies waar het me allemaal ook weer om te doen was. Tijdens het uur waarop de wereld nog alleen van de vogels is werd ik vaak door geluk overvallen. Waarom merkte ik daar thuis nooit wat van?”

Spitsvondig

Als schrijfster is Niterink is spitsvondig en origineel. Als lezer voel je je de spreekwoordelijke vlieg op de muur. Het is alsof je op de schouders van Niterink meereist. Een kostelijk avontuur waarvoor je geen reisgek hoeft te zijn om het te kunnen waarderen of er – zoals ik – hardop om moet schaterlachen.

href=”http://www.wildwifeadventures.nl/site/2011/uncategorized/bewegend-wildwife-magazine/attachment/dsc-0007″ rel=”attachment wp-att-3499″>

In het Parool

Recensie Atheneum boekhandel (door Godeke Donner)
ISBN: 9789400403116
Pagina’s: 240
Meer informatie
€ 17,90
Bestel

De pelgrim die tegenwoordig de Camino de Santiago loopt is al lang geen vrome op sandalen meer. Wie loopt ’m niet, van oud-generaals en BN’ers tot zakenvrouwen en geleerden. En iedereen heeft z’n eigen insteek, van ‘er even uit’ tot ‘calamiteiten thuis’. Afgelopen jaar heeft de NRC-lezer op de achterpagina twee dames kunnen volgen die naar Santiago de Compostela liepen. Niet vanuit de Pyreneeën want dat hadden ze al eens gedaan, maar vanuit Granada. Tosca Niterink (bekend als Thea uit Theo en Thea) en haar partner Anita Janssen hebben op het eerste gezicht wel wat van de sandalentypes. Hoe toegetakelder hun hoeden, wandelstokken en ook zijzelf, hoe beter. Maar aan afritsbroeken hebben ze een grondige hekel en spiritueel zijn ze ook niet. Ze zijn gewoon bezeten van het langeafstandswandelen want: ‘Te voet is de mooiste manier om een land te leren kennen.’ Door godeke donner.

Tweemaal in dezelfde rivier, en die gele pijlen

Voor de devote pelgrim valt in Klimmen naar kruishoogte weinig te halen. De beschrijvingen van alle ontberingen die je op de route tegenkomt vind ik hilarisch en hoogst herkenbaar, maar de rechtgeaarde Santiago-ganger zal zich wel ergeren aan de meligheid die bij Niterink en Janssen frequent toeslaat. Na een dwaaltocht en het drie keer doorwaden van dezelfde stroom volgt een

‘… urenlange strompeltocht door de vette rode klei, waar die olijfbomen zo goed op gedijen. We boften dat het onlangs nog geregend had en de klei lekker zacht was. We zakten erin weg en het bleef aan onze schoenen kleven. Om de tien stappen moesten we vijftien centimeter keramiek van onze zolen steken. We kwamen weer bij een rivier.’

Ze moeten constateren dat het weer dezelfde rivier is. Het verdwalen is in het boek een topos op zich. Geen dag gaat voorbij of Tosca en Anita missen de gele pijlen die overal zijn aangebracht om de pelgrims de weg te wijzen naar Santiago de Compostella. Het wordt de wandelaar onderweg ook wel lastig gemaakt want hele dorpen in Spanje voeren een gelepijlenoorlog om een graantje mee te pikken aan de camino. Op eigen initiatief worden gele pijlen weggehaald en vervangen door nieuwe die naar het eigen dorp leiden, alleen om de onnozele pelgrim het geld uit de zak te kloppen. Dit gebeurt nog allemaal op het rustige stuk van de weg, tussen Granada en Mérida.

Wandelen met De Ander

Maar dan komen de twee routes, de Via Mozarabe en de Via de la Plata samen en begint een waar pelgrimscircus. ‘Vanaf hier is het gedaan met de echte eenzaamheid. Want we zien sandalen, wandelbaarden en afritsbroeken lopen.’ ‘“Annie,” vroeg ik, “lopen er ook gewone mensen over deze camino?”’

Als de dames eenmaal op het drukke gedeelte van de pelgrimsweg zijn beland, moeten ze de herberg delen met ‘internationale baardapen’ die behalve luidruchtig ook stinkend smerig zijn. ‘Ik klapte vol met mijn gezicht tegen een muur van zweetvoetenstank op,’ schrijft Niterink als ze ’s avonds in een voetbalkantine-achtig vertrek hun intrede doen. Naast de ‘oververhitte brute wandelschoenen’ liggen de ‘zeiknatte inlegzooltjes als aangespoelde vissen, walmend in de middagzon’.

Het idee dat je als pelgrim ongelimiteerd beslag op elkaar mag leggen is voor de dames ook al zo’n permanent ongemak. ’s Nachts word je wakker gehouden door het aanhoudend geronk op de slaapzaal. ’s Ochtends begint voor dag en dauw de race naar de volgende herberg om vooral maar een slaapplaats te bemachtigen. En waar je onderweg ook kijkt, steeds ben je opgezadeld met De Ander:

‘Wat was dat toch met mij deze reis? Waarom verpestte ik het bij al die mensen? Het kon toch niet zijn dat het alleen aan hen lag? Het leek of deze route alleen bewandeld werd door karikaturen.’

Soms zijn ze het herbergslapen zo beu dat ze een hotelletje opzoeken. Of ze komen terecht in een verlaten schuur waar ze kletsnatgeregend bivakkeren.

‘Klappertandend deden we onze natte spullen uit. Ik vond in de paraplubak een bosje vergeten pelgrimsstokken. Ik trapte ze een voor een tegen de muur in stukken. Annie stond in haar onderbroek een houten keukenstoel kapot te slaan tegen de vloer.’ Binnen no time brandt de haard en hangen hun poncho’s met punaises aan het plafond. ‘Ze dansten als spoken heen en weer in de hete lucht. Gezellig zo met zijn vieren!’

Altijd half geleefd?

Toch wordt er in Klimmen naar kruishoogte niet alleen maar gespot of geweeklaagd om alle ellende die zich onderweg voordoet. Ze zijn nog maar honderd kilometer van het einddoel Santiago verwijderd als Niterink in haar dagboek noteert:

‘Het went, elke dag een vast aantal kilometers lopen. En het geeft structuur aan de dag. We hoeven ons nooit af te vragen wat nu weer te doen. We gaan gewoon lopen. En als het erop zit ben ik altijd trots op mezelf. Dat komt thuis maar sporadisch voor. En behalve dat heb ik elke dag geluksopvliegers, sta steeds weer verbaasd over de schoonheid en de mysterieuze diepzinnigheid van het leven in het gras en tussen de struiken. Waarom is me dat niet eerder opgevallen, vraag ik me vaak af. Leefde ik altijd maar half?’

1200 Kilometer lopen met volle bepakking en slechts bij hoge uitzondering een lift of een dagje rust is een prestatie van formaat. Vervolgens dan ook nog eens van Santiago de Compostella door naar Finisterre (per bus) om traditiegetrouw je wandelkleren te verbranden maar dan? Wat moet je doen als je weer thuis bent en niet meer achter de gele pijlen aan kunt lopen? Dan werk je de avond aan avond trouw opgeschreven aantekeningen uit en maakt er een kostelijk boek van dat godvruchtige pelgrims maar liever ongelezen moeten laten.

Godeke Donner studeerde Letterkunde in Amsterdam en Parijs. (14 april 2012)


Te voet

Voor persverzoeken neem contact op met Liesbeth van Schijndel bezige bij/thomasrap
l.van.schijndel@debezigebij.nl

Posted in Uncategorized | Tagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Leave a comment

Sevilla

Voordat we aan onze woeste wandeltocht beginnen bereiden we ons eerst nog even geestelijk EN mentaal voor in Sevilla….morgen richting Granada

Posted in pelgrimstocht | Leave a comment

Oost (8) Willem

Niterink en Janssen struinen door Amsterdam Oost. Hun bevindingen zijn iedere week te lezen op de achterpagina van de NRC

Sinds Willem met een massief eiken wandmeubel op zijn rug bij ons door het raam klom, hou ik van Willem. Het was de dag dat we onze werkruimte betrokken in Oost en we zaten klem met een robuust kantoormeubel in de deuropening. Zijn er een paar sterke mannen die ons kunnen helpen, vroeg ik in het café op de hoek. ‘Dan mot je Willem hebben!’ Inderdaad, Willem bleek een verhuisploeg in zijn eentje! Een beer! Nee, twee beren en een kleintje er bovenop, zijn enorme kop!

We hebben een afspraak met Willem, in het café op de hoek onze favoriete spot.
Als bardame Claudia daar s’morgens om half zes de deur open gooit zijn de barkrukken nog warm van de laatste doorzakkers, Claudia pendelt dagelijks ( net als alle andere ras Amsterdamse horeca mensen op de markt), tussen Almere en Amsterdam op en neer.
Als ze de eerste trein uitstapt staat Willem haar al op te wachten met zijn scooter.
In de kroeg druppelen vanuit het schemerduister de marktmensen binnen voor een bakkie en als de mannen in hun thermo ondergoed de koude markt op bewegen komen de eerste vaste flesjes bier klanten al binnen. Een flesje kost net zoveel als een tapje, maar er zit wel twee keer zoveel in.
Willem drinkt alleen cola en hij zit niet in het café maar altijd ervoor, op zijn scooter. Soms zie ik hem met terrasmeubelen sjouwen of met marktdingen, maar hij zit toch liever op zijn scooter.
Willem houdt niet van lopen
Willem is verlegen. Ik moet hem altijd eerst groeten Als ie me aan ziet komen kijkt ie meteen de andere kant op.
‘Hee Willem!’ roep ik dan.
‘Hee meid!’ mompelt ie dan terug met zijn hoofd omlaag.
‘Annie,’ vraag ik, wat doet Willem de hele dag?’
’Nou gewoon, Willem-zijn op de scooter.’
Willem heeft een aparte hobby. Hij verkleed zich graag als vrouw en komt zich dan showen (natuurlijk op de scooter) in het café.
‘Waarom doe je dat Willem?’
‘Vind ik leuk, ik trok vroeger al kleren aan van mijn zussen. En zegt ie trots, ‘ik heb thuis 83 pruiken!’ ‘
‘Ben je niet bang dat mensen het gek vinden?’
‘Ik vind het leuk en iedereen vind het leuk..’
‘Waar ga je dan naar toe als vrouw?’
‘Gewoon rijden met de scooter.’
‘Dat is gewoon Willem,’ zegt Claudia, ‘iedereen is er aan gewent dan rijdt ie op zijn scooter door de stad. Ik heb wel eens een paar keer bij hem achterop gezeten! Lachen hoor!’

Ik heb al eens eerder een stukje over Willem geschreven in een wetenschappelijk tijdschrift voor bladenmapdames. Toen ik hem het artikel liet zien keek hij er een paar seconden naar en vroeg verbaast, ‘gaat dat allemaal over mij?”

Geen serie over de Dappermarkt zonder Willem.
En vandaag speciaal voor deze laatste aflevering over Oost gaat Willem de stad in als Wilma op de scooter.
‘Word het een grote foto?’ vraagt-ie.
‘Best wel,’ zegt Annie
‘En….’
Zijn hoofd draait mijn kant op.
‘Wat ik wil weten.’
Hij probeert me aan te kijken maar zijn enorme opgeheven oogballen, trillend in hun kassen als loodzware gewichten, vallen omlaag, hij zucht.
‘Ik zie je wel eens weg gaan met de auto.’
Hij bestudeert zijn gelakte nagels.
‘Ik vraag me af ..’
Het bloed pompt wild door een adertje op zijn voorhoofd.
‘Waar ga je dan naar toe?’

Posted in Tosca's columns | Tagged , , , , , , , , , , , | Leave a comment

Oost (7)

Janssen en Niterink struinen door Amsterdam Oost, hun bevinding staan iedere woensdag op de Achterpagina van de NRC. Ivm Marten Toonder 100 jaar waren alle illustraties in de krant getekend. Jean-Marc van Tol (Fokke & Sukke) heeft de illustratie gemaakt.

Annie had 30 April pech, ze bereikte een confronterende mijlpaal leeftijd eindigend op een 0, zodat ze toch op het laatste moment besloot een feestbrunch te geven.
AH was gewoon open, volgens Annie, dus ik moest op de valreep, in alle
kninnendagvroegte verjaardagsfeestdrank halen.
‘Gewoon open? Weet je het zeker?’
‘Ja, er hing zo’n spandoek boven de blauwe schuifdeur!; “30 april gewoon open.”
‘Bij de groot grutter is niks gewoon,’ zei ik argwanend.

‘Vraag je wel van die minidingetjes?’ vroeg Annie, die krijg je bij elke 15 euro cadeau voor in de cartonnen kinderkraam.
‘Waarom?’
‘Iedereen doet het, daarom!’
En ze drukte me zes gebruikte AH tasjes in de hand.
‘Heb je een lijst gemaakt?’
‘Nee ik vergeet niks,’

Ik repeteerde onder weg op alfabet.
‘A ..airmiles, B… Bier…eh… Bonuskaart….,’ mompelde ik terwijl ik met zes klapperende lege plastic tassen over de kriekende markt liep.

Er zigzagden al hordes provinciale wildplassers rond (uit de extra treinstellen) en Marokkaanse vrouwen met oranje D.E hoedjes (die werden op strategische plekken uitgedeeld) op hun hoofddoek.

‘We zijn gewoon open, jubelde het spandoek boven de automatische guillotine deuren.
Binnen begon ik meteen alfabetisch bier en prosecco in mijn kar te vegen.

‘Kunt U niet lezen?’ vroeg de bedrijfsleider (ik herkende hem van tv, vanwege dat onregelmatige gebit en die leve de man van de SRV-uitstraling).
Hij wees met zijn dikke statiegeld vingers op een A4-tje, dat aan een schap hing, onopvallend te wezen.
“Uit veiligheidsoverwegingen”, las ik “en in goed overleg,met de gemeente Amsterdam, verkopen wij op 30 April, niet meer dan 1 alcoholische consumptie per klant”.
‘Dus 1 blikje bier per keer, een six pack,’ verklaarde hij stroperig, ‘geld voor 6 consumpties!’
‘Regels zijn regels, helaas mevrouw’ en las hij verder, ‘de politie zal hier streng op toezien!’
‘Maar,’ zei hij optimistisch, ‘een klant kan zo vaak terugkomen als die maar wil.’
‘Dus als ik een blikje bier heb afgerekend kan ik weer opnieuw naar binnen om nog een blikje te halen?’
‘Juist!’

De rij werd steeds langer, tot buiten aan toe! Gelukkig dat het goed weer was!, toen ik aan het eind van de dag voor de dertigste keer bij de kassa aankwam, liet ik al mijn bonnen zien en vroeg om een minidingetje.
Maar daar begonnen ze niet aan, kan iedereen wel bonnen van de straat rapen en zeggen ik wil een mini dingetje!
Maar Annie is jarig, probeerde ik nog…

Posted in Tosca's columns | Tagged , , , , , , , , , , , , , | Leave a comment

column NRC Oost (6) ‘Die viezeriken! Ze motte ze allemaal opsluiten!’

Niterink en Janssen struinen door Amsterdam Oost, iedere woensdag hun bevindingen op de Achterpagina van de NRC.

Annie is weer eens niet te houden. Ze zwaait met een folder, het is vandaag zondag “DAPPERDAG” !’
Annie is dol op evenementen. Als er ergens in de stad iets te doen is, met een podium en mensen kluwen in de open lucht is zij van de partij. Als ze zich maar door mensenmassa’s heen kan wringen met plastic bierglazen is evenementen-Annie in haar element! Als ze maar in de motregen naast een overstuurde speaker in de rij kan staan voor consumptiebonnen kan haar dag niet meer stuk! Zet haar achter een dranghek of op een mobiel toilet en ze bloeit helemaal op!
Ik haat het!
Ik haat popconcerten, homo manifestaties met 1 euro statiegeld op plastic bierglazen.
Maar op een of andere manier weet ze het altijd zo te draaien dat ik tegen mijn zin mee moet.
Annie duwt de folder onder mijn neus.
De Dapperbuurt bruist van de initiatieven.
Daar was ik al bang voor, optredens, percussie, Ierse folk, street dance wereldmuziek, actieve bewoners, kunstenaars en andere professionals, lees ik, nodigen U uit om van hun werk kennis te nemen.
‘Activiteiten voor kinderen,’ vervolg ik huilend, ‘laat me raden, ze kunnen zich laten schminken tot lieveheersbeestje?’
‘Nou ga je mee?’
‘Geen denken aan!’
‘Het is Dapperdag!’
‘Je zei net ook al zoiets.’
‘Op het Dapperplein.’
‘Nou en?’
‘Nou en?!
‘We zijn Oost op de kaart aan het zetten,weet je nog! We hebben nog niks met culturele evenementen gedaan.’
‘Het hele leven is een cultureel evenement.’
‘Je weet best wat ik bedoel’.
‘Een gesubsidieerd buitenpodium met dranghekken en verplaatsbare chemische schijtcabines,’ mopper ik, terwijl ik achter Annie aan sukkel.

Niets zo onvoorspelbaar als het leven zelf.
Het Dapperplein is nog nooit zo uitgestorven geweest,
zelfs multiculturele hangjeugd heeft een veilig heenkomen gezocht.
Anderhalve rolstoel en een paardenkop zeggen ze wel eens, plus een podium in dit geval.

‘Het valt tegen,’ roept Annie hevig teleurgesteld.
‘Ik vind het juist meevallen,’ zeg ik opgelucht, ‘eindelijk een evenement zonder mensenmeute, moeten ze vaker doen!’
Annie heeft het moeilijk om niet door te flippen van teleurstelling en om niet stampvoetend als een klein kind te gaan staan jengelen, ze is er dichtbij, dat zie ik aan alles, maar ze vecht!
Jawel ik weet dat ze zich niet zal laten kennen.
Maar ze moet haar teleurstelling toch uitleven,
ik ken haar langer dan vandaag.
Na zo een deceptie wil een doorgewinterde verslaggeefster als Annie nog wel eens instinctief in een stukje beroepsdeformatie schieten.
Dus ze rolt de dapperdagfolder tot een kokertje en duwt hem onder de neus van een dame in een rolstoel .
‘Mag ik U wat vragen?’
‘Vallen jullie me nu ook al lastig als de markt niet eens open is!’ roept ze boos.
‘As er maar eentje een scheet laat in dit land, en ze willen geen commentaar geven, en niemand heeft het gedaan, struikelen ze allemaal over elkaar heen naar de Dappermarkt om te vragen wat ik ervan vind!’
Annie laat zich niet van de wijs brengen.
‘Wat vind u ervan?’
‘Waarvan?’
‘Wat het stadsdeel hier laat zien?’
‘Aan wie?’
‘Aan U en kinderen uit de buurt.’
‘Die viezeriken! Ze motte ze allemaal opsluiten! As hun niet van onze kinderen kenne afblijven en der gore stadsdeel niet in der lui broek kenne houwen.’

‘We hebben te vroeg gepiekt,’ verklaart een actieve professional van de organisatie.
‘Geeft niet,’ zeg ik, ‘apropos is er ook een toiletwagen en kunnen we ergens consumptiebonnen halen?’
‘Dat wel!’
‘Gelukkig!’
‘En een beetje gekke vraag, kan mijn vriendin hier ergens in de rij staan?’
‘Daar,’ wijst ie, ‘bij de pinautomaat.’

Posted in Tosca's columns | Tagged , , , , , , , , , , | Leave a comment

Wij zijn extreme wandelamateurs

Wandelen sinds:
Anita: ‘Tosca vond een boek in de kelder van haar oom voor wie ze mantelzorgde. Dat boek ging
over de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela. We werden allebei gegrepen door dat boek en
dachten: ”misschien moeten we dat ook eens proberen.” We zijn in 2009 voor het eerst van Pamplona naar Santiago gelopen 750 kilometer
 In 2011 hebben we het nog een keer gedaan, maar toen vanaf Granada, een heel andere
route.’

Verschil met andere boeken over Santiago:
Tosca: ‘Het is niet de zoveelste voettocht van de zoveelste op zichzelf verliefde vrouw naar Santiago.’
Anita: ‘Eigenlijk zouden  we in 2011 naar Japan gaan om daar te lopen. De Kobo Dashi een 1400 kilometer langs 88 boeddhistische kloosters over het eiland Shikoku. Twee weken voordat we zouden vertrekken werd Japan getroffen door die verschrikkelijke tsunami en  kernramp en we wilden niet verlicht terug komen. We moesten snel  we beslissen: gaan we wel of niet? We hebben uiteindelijk voor Spanje gekozen.
Het land is zo leuk en ook wandelleuk. We zijn van Granada naar Santiago de Compostela gelopen.
Een pelgrimage de Via de la Plata, de zilverroute van 1200 kilometer. Wat heel weinig mensen doen, sterker nog het was bloed verzengend eenzaam.  De eerste drie-en-een-halve week zijn we bijna niemand tegengekomen op een verschraalde olijfboer na. En we schreven erover, filmden en maakten foto’s.’

Waarom wandelen:
Tosca: ‘We zijn extreme wandelamateurs. Je kan het in zes weken lopen maar we hebben zeker een
keer per week een dag niets gedaan.’
Anita: ‘We zijn ook geen ervaren wandelaars. Iedereen loopt ons voorbij. Maar het wandelen op zich is
bijzonder. Je zet een streep in het landschap.’

Mooiste route onderweg:
Anita: ‘Galicië is erg mooi. ‘s Ochtends loop je door de mistflarden van het landschap. En het is er
bergachtig. Het lijkt alsof ze daar nog in de jaren vijftig leven. Ook bijzonder vonden we Baños de
Montemayor, een kuuroord. Het lijkt alsof je daar ineens in Zwitserland loopt. Daar liepen allemal
bejaarden in badjas over straat. De meeste pelgrims lopen er met een boog omheen, maar wij vinden
zoiets juist mooi om te zien.’


Tegengevallen onderweg:

Anita: (lacht) ‘Tosca viel soms tegen onderweg.’
Tosca: ‘Ja, klopt. Ik stapte op een spoorlijn en ging door mijn enkel heen. Ik zal wel zwakke enkels
hebben. Vier dagen kon ik geen stap verzetten. We hebben toen wel het huwelijk van William en Kate
van minuut tot minuut gezien.’
Anita: ‘Ik heb veel Reiki gedaan.’ 
Tosca: ‘Helemaal aan het eind zag ik het ook niet meer zitten. Toen moesten we nog maar twee
dagen. Had geen zin in Santiago, zo commercieel en opgefokt. Niet het doel maar de weg is het doel. Ik heb mijn stok in tweeën gebroken en weggegooid.’
Anita: ‘Maar toen  gebeurde er toch weer iets bijzonders, toch? Op een gegeven moment
liepen we langs een tuintje en Tosca liep te mopperen.In   die tuin stond  een soort fee, rechtstreeks uit een film van Fellini . Een oude vrouw met een netkousje en een opgemaakt gezicht. Toen we haar zagen konden we er ineens weer
tegen.’

Goede herinneringen:
Tosca: ‘Dat je tien weken in de natuur bent. Gewoon je rugzak pakken en nergens over nadenken. Het
gaat allemaal heel langzaam, maar je bent steeds weer ergens anders.’
Anita: ‘Je bent soms met hele aardse zaken bezig. Je kijkt naar de grond. We hebben soms hele dagen
over mieren gesproken.’

To do:
Anita: ‘In augustus gaan we de Sultans Trail lopen van Wenen naar Istanbul.’

te voet door Frank Hamdorff

Posted in pelgrimstocht, pers, reisrepo's | Tagged , , , , , , , , , , , , | Leave a comment

Oost (5) peuken petra

Janssen en Niterink struinen door Amsterdam Oost, iedere week te lezen op de achterpagina van de NRC

We rammelen met lijn tien (de tuttifrutti expres) door de motregen in Oost .

Dat komt, ze hebben mijn autoraam weer eens ingeslagen.
‘Nee,’ zei de politie,’ daar hebben we geen tijd voor,’ U kunt hooguit bij ons langs komen om aangifte te doen, maar veel makkelijker is gewoon eventjes een aangifte formulier downloaden en invullen.
‘Jeetje Annie,’ zucht ik, ‘er is nog steeds niet genoeg blauw op straat!’
‘Ik weet het niet ‘zegt ze,‘want bedenk wel dat elke agent die we erbij krijgen ook weer minstens twee bekeuringen per dag moet uitschrijven om zijn baan te behouden!’
De tram stopt bij de Dappermarkt.
’Kom op Annie Watson!,’ pak je geruite camera, we dalen af naar de onderbuikwereld!’ naar zo deepdown oost underground als mogelijk.
‘Met of zonder zuurstof?’ vraagt Annie ongerust, want ze voelt de bui al hangen.
‘Hap nog maar even een paar keer goed frisse lucht,’ adviseer ik voordat we de deur open zwaaien van mijn favoriete tabakscorner.
Voor het gemak noem ik het maar even Petra’s peuken paleis. We verdwijnen in een caballero wolk. Ik zie even niks. Terwijl ik mijn prikkende ogen uitwrijf hoor ik trekkast geplingplong.
Wonderwel net als in het donker, passen je ogen zich na verloop van tijd toch aan en begin je dingen te zien. Eerst oplichtende bastos peuken, en trekkast flikkerlichten, met een dikke vrouw zonder benen in een invalidenwagen erachter. ‘Hee tante Wil,’ begroet Annie haar.
Er staat ook iemand in plastic regenponcho aan de toonbank als een wilde krasloten open te krassen. ‘Weer niks! En weer niks!’ zucht ze!
Ik herken die stem het is Marja van de koffiekar (Mar van de kar). ‘Hee Mar!’ Dan klinkt uit de hoek bij de flikkerlichten, het geluid alsof er een spaarpot wordt leeggeschud.’
‘Wil heb meer geluk als mij,’ zegt Marja.

Ik had mijn auto bij de Gooyer (bejaardentehuis op de Dappermarkt) twee minuten op een invaliden parkeerkruis gezet, begint ze te vertellen. ‘Met knipperlichten, omdat ik mijn moedertje even naar der kamer wilde brengen,toen ik terug kwam had ik een vette prent op mijn ruit, daar ging mijn dagomzet!
‘Kankerlijers!’
‘Ik had zo de pest in, vandaar dat ik voor anderhalf honderd heb staan krassen! krassen! Origineel waar!’
‘Het enige wat ik van mijn dagomzet heb overgehouden is een lamme arm van het krassen en wat kleingeld en dat ga ik nu in de gokkast stoppen! ‘
‘Vinden jullie ook dat er nog niet genoeg blauw op straat is?‘ vraagt Annie.
‘Hoeveel er op straat rondlopen in dat zeikweer, maakt me niet uit, zegt Petra,‘als ze maar niet binnen komen, want dan gaan ze zeuren dat ik niet mag roken op mijn werkplek!’ Ik snap het nut niet van al dat gedoe met die petten erop.
‘Maar stel dat je wordt overvallen of zo dan ben je toch wel blij dat ze er zijn!’ probeer ik.
‘Tsss! ‘doet ze, ‘ik ben wel eens overvallen kreeg een echt pistool onder mijn neus! Origineel waar! Weet je nog Wil!
Wil was erbij!’
‘Dat vergeet ik nooit,’ roept Wil terwijl ze de gewonnen euro’s in haar rok veegt
‘Ze was zo geschrokken, dat die bakkes van haar helemaal wijd open scheurde en haar gebit op de toonbank viel.’
‘Toen ze weg waren,’ gaat Petra verder, ‘wees jij naar die leeg getrokken kassa met dat gebit ernaast, weet je nog wat je zei Wil?’
‘Bel de politie en daarna slachtoffer hulp of zoiets?’
‘Dat geloof je toch zelf niet!‘ Peuken Petra begint astmatisch te hoestlachen als ze eraan terug denkt.
‘Nee,’ je zei enkelt heel rustig, ‘kijk ze hebben een koekie voor je laten legge!”

Posted in Tosca's columns | Tagged , , , , , , , , , | Leave a comment

Recensie: Klimmen naar kruishoogte (esta magazine)

door lisette beentjes (esta magazine)

“Een doldriest, adembenemend wandelavondtuur” belooft de subtitel van ‘Klimmen naar kruishoogte’ ons op het omslag, met een vette knipoog en een dikke spelfout.

En dat is precies wat het is, dit reisverslag van de pelgrimage van 1200 kilometer van Granada naar Santiago door Tosca Niterink en haar ‘dans- en wandelpartner’ Anita ‘Annie’ Janssen.

Verrukkelijke observaties

Echter, dit boek als reisverslag typeren zou het beslist te kort doen. Hoewel de voetreis op zich natuurlijk de rode draad vormt, zit de kracht vooral in de rake typeringen van mensen die het pad van Niterink en Janssen tijdens hun tocht kruisen. ‘Klimmen naar kruishoogte’ biedt een uniek kijkje in het creatieve brein van Niterink die met verrukkelijke ironie schetst wat ze ziet of meemaakt. Het leidt tot hilarische observaties die het boek tot een pageturner maken.

Barre tocht

De barre tocht door ziedende hitte, slagregens en onherbergzame gebieden kent voor de zelfbenoemde ‘amateurpilgrims’ (beste voorbereiding: het Rabobank Kabouterpad) de nodige ontberingen:

“We klommen over een messcherpe vangrail (waardoor ons bijna een gratis vrouwenbesnijdenis te beurt viel) en strompelden minstens 3 kilometer verder over cola-blikjes en dooie vogels tot een benzinepomp.”

De wandelgids (‘leugenboek’) van Alison Raju dirigeert het tweetal talloze malen de verkeerde kant op of ze missen de gele pijlen die het pad markeren. Dit ontlokt Niterink de volgende tirade:

“Die wandelkut stuurde ons rustig de verkeerde kant op. En verdient daar nog geld mee ook!”

Spaans benauwd

Maar de uitdagingen zijn niet louter fysiek:
Na een dag wandelen vragen de twee een blonde dame aan de balie van een hotel om een tweepersoons bed:
“Er hing meteen een springerige sfeer achter de bar. Het blondje en haar collega – de laatste duidelijk van de club want het is een vrouw met bakkebaarden uit haar oren – drentelen nu om beurten verleidelijk langs mijn tafeltje. Ik krijg het er Spaans benauwd van.”
Medepilgrims

De beschrijvingen van de medepilgrims die Niterink en Janssen in het stuk vanaf Mérida ontmoeten zijn hoogst vermakelijk. Ze stinken naar zweetvoeten, zien de tocht vooral als competitie (‘snelgrims’) of allebei en ze zijn zonder uitzondering kleurrijk. Niterink verzucht: “Annie,” vroeg ik, “lopen er ook gewone mensen over deze camino?”

Bespiegelingen

In dit boek geen geitenwollen innerlijke zoektocht of ingetogen religieuze inzichten. Maar er is wel ruimte voor authentieke bespiegelingen op de momenten dat Niterink overvallen wordt door de schoonheid van de overweldigende natuur. “’s Morgens wist ik altijd precies waar het me allemaal ook weer om te doen was. Tijdens het uur waarop de wereld nog alleen van de vogels is werd ik vaak door geluk overvallen. Waarom merkte ik daar thuis nooit wat van?”

Spitsvondig

Als schrijfster is Niterink is spitsvondig en origineel. Als lezer voel je je de spreekwoordelijke vlieg op de muur. Het is alsof je op de schouders van Niterink meereist. Een kostelijk avontuur waarvoor je geen reisgek hoeft te zijn om het te kunnen waarderen of er – zoals ik – hardop om moet schaterlachen.

Posted in pelgrimstocht, pers | Tagged , , , , , , , , , , , , , , , , | Leave a comment

Recensie Atheneum boekhandel

Klimmen naar Kruishoogte – Tosca Niterink
Een route voor karikaturen

ISBN: 9789400403116
Pagina’s: 240
Meer informatie
€ 17,90
Bestel

De pelgrim die tegenwoordig de Camino de Santiago loopt is al lang geen vrome op sandalen meer. Wie loopt ’m niet, van oud-generaals en BN’ers tot zakenvrouwen en geleerden. En iedereen heeft z’n eigen insteek, van ‘er even uit’ tot ‘calamiteiten thuis’. Afgelopen jaar heeft de NRC-lezer op de achterpagina twee dames kunnen volgen die naar Santiago de Compostela liepen. Niet vanuit de Pyreneeën want dat hadden ze al eens gedaan, maar vanuit Granada. Tosca Niterink (bekend als Thea uit Theo en Thea) en haar partner Anita Janssen hebben op het eerste gezicht wel wat van de sandalentypes. Hoe toegetakelder hun hoeden, wandelstokken en ook zijzelf, hoe beter. Maar aan afritsbroeken hebben ze een grondige hekel en spiritueel zijn ze ook niet. Ze zijn gewoon bezeten van het langeafstandswandelen want: ‘Te voet is de mooiste manier om een land te leren kennen.’ Door godeke donner.

Tweemaal in dezelfde rivier, en die gele pijlen

Voor de devote pelgrim valt in Klimmen naar kruishoogte weinig te halen. De beschrijvingen van alle ontberingen die je op de route tegenkomt vind ik hilarisch en hoogst herkenbaar, maar de rechtgeaarde Santiago-ganger zal zich wel ergeren aan de meligheid die bij Niterink en Janssen frequent toeslaat. Na een dwaaltocht en het drie keer doorwaden van dezelfde stroom volgt een

‘… urenlange strompeltocht door de vette rode klei, waar die olijfbomen zo goed op gedijen. We boften dat het onlangs nog geregend had en de klei lekker zacht was. We zakten erin weg en het bleef aan onze schoenen kleven. Om de tien stappen moesten we vijftien centimeter keramiek van onze zolen steken. We kwamen weer bij een rivier.’

Ze moeten constateren dat het weer dezelfde rivier is. Het verdwalen is in het boek een topos op zich. Geen dag gaat voorbij of Tosca en Anita missen de gele pijlen die overal zijn aangebracht om de pelgrims de weg te wijzen naar Santiago de Compostella. Het wordt de wandelaar onderweg ook wel lastig gemaakt want hele dorpen in Spanje voeren een gelepijlenoorlog om een graantje mee te pikken aan de camino. Op eigen initiatief worden gele pijlen weggehaald en vervangen door nieuwe die naar het eigen dorp leiden, alleen om de onnozele pelgrim het geld uit de zak te kloppen. Dit gebeurt nog allemaal op het rustige stuk van de weg, tussen Granada en Mérida.

Wandelen met De Ander

Maar dan komen de twee routes, de Via Mozarabe en de Via de la Plata samen en begint een waar pelgrimscircus. ‘Vanaf hier is het gedaan met de echte eenzaamheid. Want we zien sandalen, wandelbaarden en afritsbroeken lopen.’ ‘“Annie,” vroeg ik, “lopen er ook gewone mensen over deze camino?”’

Als de dames eenmaal op het drukke gedeelte van de pelgrimsweg zijn beland, moeten ze de herberg delen met ‘internationale baardapen’ die behalve luidruchtig ook stinkend smerig zijn. ‘Ik klapte vol met mijn gezicht tegen een muur van zweetvoetenstank op,’ schrijft Niterink als ze ’s avonds in een voetbalkantine-achtig vertrek hun intrede doen. Naast de ‘oververhitte brute wandelschoenen’ liggen de ‘zeiknatte inlegzooltjes als aangespoelde vissen, walmend in de middagzon’.

Het idee dat je als pelgrim ongelimiteerd beslag op elkaar mag leggen is voor de dames ook al zo’n permanent ongemak. ’s Nachts word je wakker gehouden door het aanhoudend geronk op de slaapzaal. ’s Ochtends begint voor dag en dauw de race naar de volgende herberg om vooral maar een slaapplaats te bemachtigen. En waar je onderweg ook kijkt, steeds ben je opgezadeld met De Ander:

‘Wat was dat toch met mij deze reis? Waarom verpestte ik het bij al die mensen? Het kon toch niet zijn dat het alleen aan hen lag? Het leek of deze route alleen bewandeld werd door karikaturen.’

Soms zijn ze het herbergslapen zo beu dat ze een hotelletje opzoeken. Of ze komen terecht in een verlaten schuur waar ze kletsnatgeregend bivakkeren.

‘Klappertandend deden we onze natte spullen uit. Ik vond in de paraplubak een bosje vergeten pelgrimsstokken. Ik trapte ze een voor een tegen de muur in stukken. Annie stond in haar onderbroek een houten keukenstoel kapot te slaan tegen de vloer.’ Binnen no time brandt de haard en hangen hun poncho’s met punaises aan het plafond. ‘Ze dansten als spoken heen en weer in de hete lucht. Gezellig zo met zijn vieren!’

Altijd half geleefd?

Toch wordt er in Klimmen naar kruishoogte niet alleen maar gespot of geweeklaagd om alle ellende die zich onderweg voordoet. Ze zijn nog maar honderd kilometer van het einddoel Santiago verwijderd als Niterink in haar dagboek noteert:

‘Het went, elke dag een vast aantal kilometers lopen. En het geeft structuur aan de dag. We hoeven ons nooit af te vragen wat nu weer te doen. We gaan gewoon lopen. En als het erop zit ben ik altijd trots op mezelf. Dat komt thuis maar sporadisch voor. En behalve dat heb ik elke dag geluksopvliegers, sta steeds weer verbaasd over de schoonheid en de mysterieuze diepzinnigheid van het leven in het gras en tussen de struiken. Waarom is me dat niet eerder opgevallen, vraag ik me vaak af. Leefde ik altijd maar half?’

1200 Kilometer lopen met volle bepakking en slechts bij hoge uitzondering een lift of een dagje rust is een prestatie van formaat. Vervolgens dan ook nog eens van Santiago de Compostella door naar Finisterre (per bus) om traditiegetrouw je wandelkleren te verbranden maar dan? Wat moet je doen als je weer thuis bent en niet meer achter de gele pijlen aan kunt lopen? Dan werk je de avond aan avond trouw opgeschreven aantekeningen uit en maakt er een kostelijk boek van dat godvruchtige pelgrims maar liever ongelezen moeten laten.

Godeke Donner studeerde Letterkunde in Amsterdam en Parijs. (14 april 2012)

Posted in pelgrimstocht, pers, reisrepo's | Tagged , , , , , , , , | Leave a comment

Oost (4) Paasij

Niterink en Janssen struinen door Amsterdam Oost en tekenen verhalen op voor de achterpagina van de NRC

Ik zag ze al dagen lopen over de markt, mensen die aan het Paas inkopen waren met van die paas krultakken in het mandje van hun rollator, (heb ik al verteld dat iedereen op de markt met een rollator loopt). Takken van de toverhazelaar en of de krulwilg, waar ze kartonnen eitjes aan hangen. Een soort kerstboom, maar dan zonder naalden. Zien doet begeren!
‘Waarom doen wij eigenlijk nooit aan paasfeesten, Annie?’
‘Geen idee!’
‘Best leuk toch! en iedereen doet het!’
‘Ik krijg ineens een raar gevoel in mijn buik!’
‘Ik ook!’
‘Een soort positieve jeuk!’
‘Ja, vrolijk gevoel!’
‘Zouden het de Paas kriebels zijn?’
‘Verdomd! Het zit wel in de buurt van mijn eierstokken! Ik wil ook zo’n bos
krultakken in huis!’

‘Kutje plof!’ echoot Annie’s teleurstelling over de kale Dappermarkt, ’we zijn te laat!’ Lege kramen, kartonnen dozen, schillen. Twee duiven staan te pikken in een papieren puntzak van de Belgische patatturk, waarop ‘ tussen de mayonaise door de aanbeveling; ‘echt Vlaams friet!’ valt te lezen..Een reiger vist haring staarten uit een piepschuim bak. Een keurig bejaard echtpaar staat in een berg rotte sinaasappelen te graaien en gooit de beste exemplaren in hun fietstas.

‘Hee,’ roept Annie naar een jongeman met een retro hanenkam die houten marktkraamschotten op een kar stapelt,‘waarom zijn jullie zo idioot vroeg aan het afbreken!’
‘Vanwege Pasen mevrouw, iedereen wil snel naar huis om Pasen te vieren !’
‘Wat doen ze dan eigenlijk?’ vraag ik me hardop af, ik vond vroeger twee paasdagen al niet om door te komen.

‘Kom!’ gebiedt Annie we gaan naar Albert Heijn, papieren paas placemats kopen, hebben we in elk geval iets!’

Albert Heijn is dicht. Wat een teleurstelling! Maar ja het leven is geven en nemen.
Multiculti-kassieres hebben uiteindelijk ook recht op lekker lang “paas-hallal-len” in huiselijke kring achter de satelliet schotel.

We lopen door paas vierend uitgestorven Oost. Waar is iedereen? Voor de televisie naar de kruisiging van Danny de Munck aan het kijken wellicht?
We zetten koers naar de avond-Marokkaan, wie weet verkoopt hij tegen woekerprijzen wel vacuüm verpakte afbak paasdinges.

Eerste paaszondag begint smooth en al eieren zoekend! Zonder van te voren eieren te hebben verstopt,want we kunnen vanwege ons aangeboren chaotische aanleg sowieso al nooit iets vinden thuis. Waar zijn de eieren? In de auto? Per ongeluk weggegooid? Of hebben we ze in de avondwinkel laten liggen?
De stemming slaat pas om als we er achter komen dat Albert Heijn nog steeds dicht is.
We hadden ons zo verheugd op gele servetten met paas konijntjes erop.
‘Haasjes.’
‘Haasjes, jij je zin!’
Tweede paasdag laat ‘s lands grootste trutgrutter om de hoek het alweer afweten!
Nu staat er inmiddels een radeloze zichzelf de haren uittrekkende menigte voor de gesloten blauwe automatische schuifdeuren!
‘Maar IKEA is wel open roept iemand.’
Er klinkt gejuich! Wat leven we toch in bijzondere tijden!
‘Het paasverkeer,’ kopt nu.nl even later, ‘zorgt voor onvoorziene drukte op de weg!‘
Paas vierend Amsterdam Oost heeft zichzelf losgerukt van de paastak en zit nu vast in de paasfile, die vanaf het Tropenmuseum over de middenweg, via de A10 naar Amsterdam Zuid-Oost Bijlmermeer naar IKEA loopt.
‘Hoe komen wij deze dag door? vraag ik bezorgd. Moeten wij misschien ook maar aansluiten in die paas file?’
‘Neen!,‘ zegt Annie, ‘we gaan een ‘paasij’ drinken.’
‘Maak me gek!’
Brouwerij het IJ bij de molen tegenover de Texaco,heeft een toepasselijk bier gebrouwen; Paas-ij, Beestachtig lekker en gezellig binnen!
Hee das toevallig, de hanenkam is er ook! Hij zit aan de bar fruitvliegjes dood te slaan.
‘Vroeger deden we dat met suikerwater, ‘vertel ik hem, hoe doe jij dat?’
‘Met een bierviltje!’
‘Nee ik bedoel je kapsel.’
‘O, gewoon met haarlak.’

Posted in Tosca's columns | Tagged , , , , , , , , , | Leave a comment

Oost (3) Wildplassen

Janssen en Niterink struinen door Amsterdam Oost en doen iedere week verslag op de achterpagina van het NRC

Hij moet hoog nodig uit, dus we gaan in alle vroegte met aangetrouwde logeerhond Kuifje naar het Oosterpark.
‘Parrekie! Parrekie!’ roep ik tegen hem. Hij begint meteen te blaffen en tegen me op te springen. ‘Je moet hem niet opfokken met je parrekie parrekie,’ zegt Annie boos, ‘dat vreselijke gekef’.. Annie houdt niet van honden, dat begrijp ik niet. ‘Kijk wat lief Annie, hij likt mijn gezicht!’
‘Lekker,’ zegt ze, ‘hij liep net nog met een drol uit de katten bak in zijn bek vies oversext beest,het hele huis stinkt naar dooie vogels!’
In het park schijnt een waterig zonnetje. Er beweegt iets in het bleke ochtendlicht tussen de kale takken Er staat iets in slow motion Oosters te sandaaldansen. Als we dichterbij komen zien we dat het blote voeten heeft, dat er een sik met vlechten en kralen aan zijn kin hangt en dat hij er evengoed heel serieus bij kijkt. Ook terwijl Kuifje uitgebreid aan zijn kruis staat te snuffelen.
Op een doordeweekse ochtend als deze wordt het straatmeubilair in het Oosterpark voornamelijk bezet door bierzwervers met schuimspatten in hun baard. We zien ze op alle banken binnen handbereik glimmen, de goedkope goudglanzende halve liters.

Gelukkig is er voor dag en dauw al veel blauw in het park, die er (voor onze gillende veiligheid) strikt op toezien dat de dak(en wc)lozen,niet gaan wildplassen. En dat ze gewoon plassen op de enige plek die hen rest en waar een beetje zwerver het hoort te doen, in zijn eigen vieze veilige broek! Ik kan het niet
nalaten en vraag oom agent op de man af hoe het nou precies zit. ‘Ja mevrouw, honden mogen wel wildplassen, maar aan de riem!’
Ik kijk verbaast naar mijn honderiem. Nou ja! Heeft ie zich losgewurmt!
‘Tis een logeerhond weet U. Dus ze mogen niet los wildplassen?’
‘Alleen aangelijnd mevrouw. Helaas, regels zijn regels.’
‘En kinderen ?’
‘Die mogen dat dan weer niet.
‘Zelfs niet bij hoge nood, door moeder geholpen?’
‘Ook niet aangelijnd?’

‘Ha ha mevrouw! Nee, het gaat om onze veiligheid!, waar leg je de grens en stel je voor dat iedereen….‘
Inderdaad ik moet er niet aan denken dat iedereen hier in dit park…tis maar goed dat daar een stokje voor gestoken wordt!
Kuifje staat ondertussen met roze uitschuifpiemel tegen zijn blauwe been op te rijden.! Ome agent kijkt omlaag. Kuifje ejaculeert.
‘Wees maar niet bang,’ zegt Annie, hij is aangelijnd!‘
‘Leuk hondje trouwens mevrouw, voortaan altijd goed stevig die halsband vastmaken, we zien het voor deze keer..’door de vingers, vul ik hem aan.’

‘Wat is dat nou!’ roept Annie verbaast. Tegen het hek bij de uitgang staan twee vrouwen in ochtendjas te roken. ‘Het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis, daar aan de overkant, heeft hier zijn rookhok,’leg ik uit, ‘kijk maar het zijn patiënten, ze zitten allebei vast aan een infuus op wieltjes.’
‘Jeetje,’zucht Annie ‘de moderne wetenschap staat voor niets.’
‘Kijk bij die ene hangt een plastic buis met een plaszak uit haar duster, zij is in feite toch ook aan het wildplassen?!’
‘Verdomd! zullen we politie er bij halen?’
‘Meen je dat?’
‘Tuurlijk, stel je voor dat iedereen dat gaat doen!’

Posted in Tosca's columns | Tagged , , , , , , , , | 1 Comment